ECLI:NL:HR:2015:121

ECLI:NL:HR:2015:121, Hoge Raad, 06-02-2015, 11/00453

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 06-02-2015
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 11/00453
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2014:1893
Formele relatie: ECLI:NL:GHAMS:2010:BP0298
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 3 zaken
Aangehaald door 4 zaken
5 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002464 BWBR0002515 BWBR0005537 CELEX:31991D0482 EU:31991D0482

Samenvatting

Dividendbelasting. BRK. Artikelen 43, 56 en 57 EG-Verdrag. Artikel 55 LGO-besluit. Prejudiciële vragen: zijn eigen LGO voor de toepassing van artikel 56 derde staten? Toepassing standstill-bepaling op artikel 11, lid 3, BRK. Gezamenlijke belastingdruk van belang? Invloed rulingpraktijk?

Uitspraak

6 februari 2015

nr. 11/00453bis

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van TBG Limited te [Z], Malta (als rechtsopvolger van N.V. [X1]; hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 16 december 2010, nr. 09/00147, na beantwoording van de door de Hoge Raad bij een arrest aan het Hof van Justitie van de Europese Unie gestelde vragen.

1. Geding in cassatie

Voor een overzicht van het geding in cassatie tot aan het door de Hoge Raad in dit geding gewezen arrest van 23 december 2011, nr. 11/00453, ECLI:NL:PHR:2011:BT1530, BNB 2012/198, wordt verwezen naar dat arrest, waarbij de Hoge Raad aan het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft verzocht een prejudiciële beslissing te geven over de in dat arrest geformuleerde vragen.

Bij arrest van 5 juni 2014, X B.V. en TBG Limited, gevoegde zaken C-24/12 en C-27/12, BNB 2014/187, heeft het Hof van Justitie, uitspraak doende op die vragen, voor recht verklaard:

“Het recht van de Unie moet aldus worden uitgelegd dat het zich niet verzet tegen een belastingmaatregel van een lidstaat waardoor het kapitaalverkeer tussen deze lidstaat en zijn eigen land en gebied overzee wordt beperkt, in zoverre daarmee de doelstelling van bestrijding van belastingontduiking daadwerkelijk en evenredig wordt nagestreefd.”

Zowel belanghebbende als de Staatssecretaris heeft, daartoe in de gelegenheid gesteld, schriftelijk gereageerd op dit arrest.

De Advocaat-Generaal P.J. Wattel heeft op 2 oktober 2014 nader geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie.

Belanghebbende heeft schriftelijk gereageerd op de nadere conclusie van de Advocaat-Generaal.

2. Nadere beoordeling van het middel

In zijn hiervoor in onderdeel 1 vermelde arrest heeft het Hof van Justitie overwogen dat een belastingmaatregel als de onderhavige valt onder de fiscale uitzonderingsclausule zoals opgenomen in artikel 55, lid 2, van het besluit 2001/822/EG van de Raad van 27 november 2001 betreffende de associatie van de LGO met de Europese Economische Gemeenschap (hierna: het LGO besluit) en mitsdien blijft buiten de werkingssfeer van artikel 47, lid 1, van het LGO-besluit, op voorwaarde dat daarmee de doelstelling van bestrijding van belastingontduiking daadwerkelijk en evenredig wordt nagestreefd.

De doelstelling van de onderhavige regeling zoals deze blijkt uit de totstandkomingsgeschiedenis van de wet waarbij de BRK werd gewijzigd, te weten het ontdoen van de Nederlandse Antillen van het imago van belastingparadijs en het handhaven van de bestaande effectieve belastingdruk op deelnemingsdividenden op dividenden die vanuit Nederland naar de Nederlandse Antillen worden uitgekeerd (vgl. Kamerstukken II 2000/01, 27 910 (R 1695), nr. 3, blz. 1 e.v.), wordt daadwerkelijk en evenredig nagestreefd met het sinds 2002 volgens artikel 11, lid 3, derde volzin, letter a, van de BRK ingevoerde bronbelastingtarief van 8,3 percent (zie de onderdelen 3.5.4 tot en met 3.5.7 van het hiervoor in onderdeel 1 vermelde arrest van de Hoge Raad).

Hetgeen is overwogen in meergenoemd arrest van het Hof van Justitie laat voorts geen ruimte voor de gevolgtrekking dat de bestreden heffing anderszins in strijd zou zijn met het recht van de Unie.

Het middel faalt.

3. Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren P. Lourens, C.B. Bavinck, P.M.F. van Loon en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 6 februari 2015.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl V-N 2015/10.19 V-N Vandaag 2015/238 BNB 2015/111 met annotatie van O.C.R. MARRES FED 2016/27 met annotatie van J.J. van den Broek NTFR 2016/259 NTFR 2015/652 met annotatie van Mr. W.F.E.M. Egelie FutD 2015-0304 Viditax (FutD) 2015020601
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?