10 juli 2015
Nr. 14/06009
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X1] te [Z] en [X2] te [Z] (hierna: belanghebbenden) tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 21 oktober 2014, nrs. 13/4504 WWB en 13/4505 WWB, op het hoger beroep van belanghebbenden tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord‑Nederland (nr. ASS 13/143) betreffende een besluit ingevolge de Wet werk en bijstand.
1. Geding in cassatie
Belanghebbenden hebben tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Borger‑Odoorn heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbenden hebben de zaak doen toelichten door mr. J.W. Brouwer, advocaat te Assen.
2. Beoordeling van de klachten
De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2015.