10 juli 2015
Eerste Kamer
14/04649
LZ/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
MAX BÖGL BAUUNTERNEHMUNG GMBH & CO. KG,gevestigd te Sengenthal, Duitsland,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. M.W. Scheltema,
t e g e n
BALLAST NEDAM INFRA B.V.,gevestigd te Nieuwegein,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: mr. A. Knigge en
mr. D.A. van der Kooij.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Max Bögl en Ballast Nedam.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak C/13/460092/ HA ZA 10-1717 van de rechtbank Amsterdam van 21 juli 2010, 7 december 2011 en 19 juni 2013;
b. het arrest in de zaak 200.133.666/01 van het gerechtshof Amsterdam van 10 juni 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft Max Bögl beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Ballast Nedam heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep en vordert dat de toe te wijzen proceskostenvergoeding wordt vermeerderd met de wettelijke rente daarover te rekenen vanaf veertien dagen na de datum van het arrest van de Hoge Raad.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor Max Bögl mede door mr. G.M.C. Neuteboom-Klink.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van Max Bögl heeft bij brief van 19 juni 2015 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Max Bögl in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Ballast Nedam begroot op € 6.467,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris te vermeerderen met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf veertien dagen na de datum van dit arrest.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 10 juli 2015.