2 oktober 2015
Eerste Kamer
14/05213
EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
HDI-GERLING VERZEKERINGEN N.V.,gevestigd te Rotterdam,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. K. Teuben,
t e g e n
KONG HING SUPERCENTER N.V.,gevestigd te Oranjestad, Aruba,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: mr. B.T.M. van der Wiel en mr. D.A. van der Kooij.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als HDI en Kong Hing.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 334752/HA ZA 09-1934 van de rechtbank Rotterdam van 23 februari 2011;
b. de arresten in de zaak 200.087.678/01 van het gerechtshof Den Haag van 4 juni 2013 en 15 juli 2014.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof van 15 juli 2014 heeft HDI beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Kong Hing heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor HDI mede door mr. K.J.O. Jansen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 lid 1 RO.
De advocaat van HDI heeft bij brief van 3 juli 2015 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt HDI in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Kong Hing begroot op € 6.467,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter, en de raadsheren C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp, M.V. Polak en V. van den Brink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 2 oktober 2015.