20 februari 2015
Eerste Kamer
nr. 13/04498
AS
Hoge Raad der Nederlanden
Herstelarrest
in de zaak van:
De GEMEENTE HAARLEM,zetelende te Haarlem,
EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. M.W. Scheltema,
t e g e n
[verweerster],gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. J.A.M.A. Sluysmans.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de Gemeente en [verweerster].
1. Het arrest in dit geding
De Hoge Raad heeft in deze zaak op 9 januari 2015 een arrest uitgesproken. Bij brief van 13 januari 2015 heeft de advocaat van de Gemeente de Hoge Raad verzocht het dictum van dat arrest op de voet van art. 31 Rv te herstellen. Het dictum in het incidentele beroep luidt:
“in het incidentele beroep:
verwerpt het beroep;
veroordeelt de Gemeente in de kosten van het geding
in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 68,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.”
De Gemeente heeft verzocht het arrest aldus te verbeteren, dat in het incidentele beroep [verweerster] in de kosten van het geding in cassatie wordt veroordeeld.
De advocaat van [verweerster] heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de Hoge Raad.
De Procureur-Generaal is in de gelegenheid gesteld aanvullend te concluderen, maar heeft daarvan afgezien.
De Hoge Raad stelt vast dat in het arrest sprake is van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. De Hoge Raad zal de fout op de voet van art. 31 Rv verbeteren.
Het dictum in het incidentele beroep dient als volgt te worden gelezen:
“in het incidentele beroep:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [verweerster] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 68,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.”
2. Beslissing
De Hoge Raad:
verbetert het dictum van het op 9 januari 2015 in deze zaak uitgesproken arrest op de wijze als hiervoor in 1.3 vermeld;
stelt de verbetering op de minuut van dat arrest.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 20 februari 2015.