ECLI:NL:HR:2015:714

ECLI:NL:HR:2015:714, Hoge Raad, 24-03-2015, 13/06161

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 24-03-2015
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 13/06161
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2015:253
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 4 zaken
Aangehaald door 1 zaken

Verwijst naar

Aangehaald door

Samenvatting

Profijtontneming. Overschrijding inzendtermijn in h.b., voortvarende afdoening. ’s Hofs oordeel dat de redelijke termijn niet is overschreden omdat de overschrijding van de inzendtermijn door een bijzondere voortvarende behandeling van de zaak in h.b. is gecompenseerd, is zonder nadere motivering niet begrijpelijk, in aanmerking genomen dat de zaak in h.b. eerst bijna twee jaren en vijf maanden na het instellen van het hoger beroep is afgedaan. De HR doet om doelmatigheidsredenen de zaak zelf af.

Uitspraak

24 maart 2015

Strafkamer

nr. S 13/06161 P

ARA/DAZ

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 29 november 2013, nummer 22/003309-11, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:

[betrokkene] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1951.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft mr. J.S. Nan, advocaat te Dordrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de betalingsverplichting, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2. Beoordeling van het middel

Het middel komt op tegen 's Hofs oordeel dat de overschrijding van de redelijke termijn kan worden gecompenseerd door de voortvarende behandeling van de zaak in hoger beroep.

Het bestreden arrest houdt het volgende in:

"Het hof heeft acht geslagen op het feit dat de behandeling van de zaak niet heeft plaatsgevonden binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Het hof neemt hierbij in aanmerking het tijdsverloop tussen het instellen van het hoger beroep tegen het vonnis van 5 juli 2011 en de datum van ontvangst van het dossier ter griffie van het hof op 6 februari 2013. De inzendtermijn is met bijna een jaar overschreden. Gelet echter op de voortvarende behandeling van de zaak in hoger beroep, ziet het hof geen reden voor enige vorm van compensatie bij het opleggen van de betalingsverplichting ter zake van het wederrechtelijk verkregen voordeel."

s Hofs oordeel, daarop neerkomende dat de redelijke termijn niet is overschreden omdat de overschrijding van de inzendtermijn door een bijzondere voortvarende behandeling van de zaak in hoger beroep is gecompenseerd, is zonder nadere motivering - die ontbreekt - niet begrijpelijk, in aanmerking genomen dat de zaak in hoger beroep eerst bijna twee jaren en vijf maanden na het instellen van het hoger beroep is afgedaan.

De Hoge Raad zal om doelmatigheidsredenen zelf de zaak afdoen. Daarbij neemt de Hoge Raad tot uitgangspunt dat de door het Hof vastgestelde overschrijding van de inzendtermijn niet door een bijzonder voortvarende behandeling van de zaak in hoger beroep is gecompenseerd. Dat leidt tot het oordeel dat de zaak niet is behandeld binnen een redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de betrokkene opgelegde betalingsverplichting van € 28.119,–.

3. Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde betalingsverplichting ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;

vermindert het te betalen bedrag in die zin dat de hoogte daarvan € 25.308,– bedraagt;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 maart 2015.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl RvdW 2015/471 SR-Updates.nl 2015-0146
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?