31 maart 2015
Strafkamer
nr. S 13/05040
AJ/CB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 10 oktober 2013, nummer 21/004317-12, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. U. Ural, advocaat te Enschede, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Namens de benadeelde partij Enexis B.V. heeft mr. A.J. van der Kolk, advocaat te Zwolle, een verweerschrift ingediend.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de bestreden uitspraak zal vernietigen, doch uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf en de beslissing dat het aan de benadeelde partij Enexis B.V. toegewezen bedrag en het bedrag van d e schadevergoedingsmaatregel mede omvatten de door de benadeelde partij gemaakte en te maken kosten van rechtsbijstand en executie, dat de Hoge Raad deze bedragen zal verminderen tot € 12.293,20, de hoogte van de opgelegde gevangenisstraf zal verminderen, en het beroep voor het overige zal verwerpen.
De advocaat van de benadeelde partij heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2. Beoordeling van het eerste middel
Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.
Het middel is gegrond. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van twee jaren, waarvan een jaar voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.
3. Beoordeling van het tweede middel
Het middel klaagt dat het Hof de vordering van de benadeelde partij en de in verband daarmee opgelegde schadevergoedingsmaatregel ten onrechte heeft toegewezen respectievelijk heeft opgelegd tot een bedrag van € 12.593,20.
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 14 tot en met 18 is het middel terecht voorgesteld. De Hoge Raad zal de zaak om doelmatigheidsredenen zelf afdoen. De Hoge Raad zal het toegewezen bedrag bepalen op € 12.293,20, met dienovereenkomstige aanpassing van de aan de verdachte opgelegde schadevergoedingsmaatregel. Aantekening verdient dat de door het Hof in het dictum opgenomen verwijzing in de in de proceskosten in stand blijft.
4. Slotsom
Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak allereerst wat betreft het bedrag waartoe de vordering van de benadeelde partij is toegewezen en waartoe de verdachte de verplichting is opgelegd tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer;
bepaalt het bedrag waartoe de vordering van de benadeelde partij is toegewezen en waartoe de verdachte de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer is opgelegd op € 12.293,20;
vernietigt de bestreden uitspraak voorts wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
vermindert deze in die zin dat deze een jaar, elf maanden en een week, waarvan een jaar voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren beloopt;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 maart 2015.