20 januari 2015
Strafkamer
nr. S 13/04617
DAZ/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 11 juni 2013, nummer 23/001085-12, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989.
1. Geding in cassatie
Het beroep - dat kennelijk niet is gericht tegen de niet-ontvankelijkverklaring in het hoger beroep ter zake van het onder 2 tenlastegelegde - is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld en bij aanvullende schriftuur een tweede middel. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Hof teneinde deze op het bestaande beroep opnieuw te berechten en af te doen.
De raadsvrouwe heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2. Beoordeling van het tweede middel
Het middel klaagt over het oordeel van het Hof dat de appeldagvaarding rechtsgeldig is betekend. Het betoogt daartoe dat niet blijkt dat die dagvaarding is aangeboden op het adres waarop de verdachte in de gemeentelijke basisadministratie was ingeschreven.
De bestreden uitspraak is bij verstek gewezen. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep houdt met betrekking tot de betekening van de appeldagvaarding het volgende in:
"De voorzitter deelt mede dat uit de akte van uitreiking, behorende bij de dagvaarding in hoger beroep van de verdachte, blijkt dat de dagvaarding niet is uitgereikt aan het adres [a-straat 1] Alkmaar, omdat de in de adressering aangegeven woning niet zou bestaan. Het hof heeft nagegaan of dit juist is en heeft vastgesteld dat het adres wel bestaat. Het hof is van oordeel dat de dagvaarding in hoger beroep op de bij de wet voorgeschreven wijze is uitgereikt omdat:
- deze dagvaarding op 28 maart 2013 is uitgereikt ter griffie van de rechtbank te Amsterdam, na vergeefse aanbieding aan het adres [a-straat 1] Alkmaar, op welk huidig GBA adres de verdachte blijkens de aan de desbetreffende akte van uitreiking gehechte mededeling van de justitiële informatiedienst van het ministerie van Veiligheid en Justitieafdeling sedert 25 mei 2012 is ingeschreven en
- een afschrift van de dagvaarding naar dit adres is verzonden."
Bij de aan de Hoge Raad op de voet van art. 434, eerste lid, Sv toegezonden stukken bevindt zich een aan het dubbel van de appeldagvaarding gehechte akte van uitreiking, inhoudende als adres van de verdachte [a-straat 1] te Alkmaar en voorts inhoudende dat die dagvaarding op 22 maart 2013 "niet is uitgereikt, omdat de in de adressering aangegeven woning niet bestaat". Deze akte houdt niet in dat een bericht van aankomst is achtergelaten.
Art. 588 Sv luidt, voor zover hier van belang, als volgt:
"1. De uitreiking geschiedt:
(...)
b. aan alle anderen: in persoon of indien betekening in persoon niet is voorgeschreven en de mededeling in Nederland wordt aangeboden:
1° aan het adres waar de geadresseerde als ingezetene is ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens, dan wel,
(...)
3. Indien in het geval bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder 1° (...),
a. de geadresseerde niet wordt aangetroffen, geschiedt de uitreiking aan degene die zich op dat adres bevindt en die zich bereid verklaart het stuk onverwijld aan de geadresseerde te doen toekomen;
b. niemand wordt aangetroffen, geschiedt de uitreiking aan de geadresseerde of aan een door deze gemachtigde op de plaats die vermeld wordt in een schriftelijk bericht dat op het in de mededeling vermelde adres wordt achtergelaten. Uitreiking aan een door de geadresseerde schriftelijk gemachtigde geldt als betekening in persoon;
c. geen uitreiking heeft kunnen geschieden, wordt de mededeling teruggezonden aan de autoriteit van welke zij is uitgegaan. Indien blijkt dat de geadresseerde op de dag van aanbieding en tenminste vijf dagen nadien als ingezetene in de basisadministratie persoonsgegevens was ingeschreven op het in de mededeling vermelde adres, wordt de mededeling vervolgens uitgereikt aan de griffier van de rechtbank van het arrondissement waar de zaak zal dienen of laatstelijk heeft gediend. Het openbaar ministerie zendt alsdan een afschrift van de mededeling onverwijld toe aan dat adres, van welk feit aantekening wordt gedaan op de akte van uitreiking, bedoeld in artikel 589."
In zijn hiervoor onder 2.2.1 weergegeven overweging heeft het Hof tot uitdrukking gebracht dat - anders dan in de akte van uitreiking is vermeld - de woning aan voormeld adres wél bestaat. Uit het samenstel van de bepalingen van het eerste en het derde lid van art. 588 Sv vloeit voort dat in zo een geval, alvorens wordt overgegaan tot de uitreiking van het gerechtelijk schrijven aan de griffier van de rechtbank, het schrijven daadwerkelijk moet zijn aangeboden aan de woning van de geadresseerde, met achterlating van een bericht van aankomst indien aldaar niemand is aangetroffen. Gelet op de hiervoor onder 2.2.2 weergegeven akte van uitreiking, is het kennelijke oordeel van het Hof dat daaraan in deze zaak is voldaan, niet begrijpelijk.
Het middel is terecht voorgesteld. De Hoge Raad zal om doelmatigheidsredenen de appeldagvaarding nietig verklaren.
3. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak – voor zover aan het oordeel van de Hoge Raad onderworpen - niet in stand kan blijven, het eerste middel geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, voor zover aan zijn oordeel onderworpen; verklaart de dagvaarding in hoger beroep nietig.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 januari 2015.