3 juni 2016
Eerste Kamer
15/00818
EV/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
Mr. Coenraad Willem HOUTMAN, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] ,gevestigd te Nijmegen,
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk,
t e g e n
VMBS ADVOCATEN B.V.,gevestigd te Eindhoven,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: mr. B.T.M. van der Wiel en mr. R.R. Verkerk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de curator en VMBS.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 237610 / HA ZA 11-1546 van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 18 januari 2012 en 1 augustus 2012;
b. het arrest in de zaak HD 200.119.988/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 28 oktober 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft de curator beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
VMBS heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep en vordert voorts dat de toe te wijzen proceskostenvergoeding wordt vermeerderd met de wettelijke rente daarover, te rekenen vanaf veertien dagen na de datum van het arrest van de Hoge Raad.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor de curator mede door mr. J.W.M.K. Meijer.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de curator heeft bij brief van 1 april 2016 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt de curator in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van VMBS begroot op € 2.652,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris ,vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de curator deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 3 juni 2016.