28 juni 2016
Strafkamer
nr. S 15/01985
AJ/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 26 februari 2015, nummer 20/001949-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1958.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G.J. Woodrow, advocaat te Tilburg, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Het bestreden arrest heeft betrekking op overtreding van de volgende, ten tijde van het plegen van het feit geldende, bepalingen, te weten: art. 2 in verbinding met art. 3 van het Honden- en Kattenbesluit 1999, een krachtens art. 56 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren gesteld voorschrift, dat ingevolge art. 1 in samenhang met art. 2, vierde lid, van de Wet op de economische delicten (WED) een overtreding oplevert. Het Hof heeft ter zake van dat feit een geldboete van € 250,- subsidiair 5 dagen hechtenis, opgelegd. Ingevolge art. 427, tweede lid, Sv staat tegen het bestreden arrest beroep in cassatie niet open, zodat de verdachte in het ingestelde beroep niet kan worden ontvangen.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 juni 2016.