ECLI:NL:HR:2016:2349

ECLI:NL:HR:2016:2349, Hoge Raad, 14-10-2016, 16/02272

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 14-10-2016
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 16/02272
Rechtsgebied Civiel recht; Insolventierecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2016:991
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 6 zaken
Aangehaald door 4 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0001830 BWBR0001860

Samenvatting

Art. 80a lid 1 RO. WSNP. Tussentijdse beëindiging (art. 350 lid 3, onder c en d, Fw). Bovenmatige schulden, niet-nakomen (spontane) informatieplicht. Middel dat niet voldoet aan de eisen van art. 407 lid 2 Rv.

Uitspraak

14 oktober 2016

Eerste Kamer

16/02272

LZ

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[verzoekster],wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: aanvankelijk mr. P.J.Ph. Dietz de Loos, thans mr. K. Aantjes.

Verzoekster zal hierna ook worden aangeduid als [verzoekster].

1. Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. het vonnis in de zaak met het insolventienummer R 08/13/833 van de rechtbank Overijssel van 17 augustus 2015;

b. het arrest in de zaak 200.186.487/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 april 2016.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring op grond van art. 80a lid 1 RO.

3. Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 5-12).

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 14 oktober 2016.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl JWB 2016/371 RvdW 2016/1067
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?