18 november 2016
Eerste Kamer
15/04202
EE/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [eiseres 1] ,gevestigd te [vestigingsplaats] , [vestigingsplaats] ,
2. [eiseres 2] ,gevestigd te [vestigingsplaats] [vestigingsplaats] ,
EISERESSEN tot cassatie,
advocaat: aanvankelijke mr. P.J.Ph. Dietz de Loos, thans mr. F.I. van Dorsser,
t e g e n
Arthur Johannes SWEENS, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van de vennootschap onder firma [A] en Zonen en pro se, kantoorhoudende te [plaats] ,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eisers] en de curator.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 410017/HA ZA 12-20 van de rechtbank Den Haag van 14 november 2012;
b. het arrest in de zaak 200.125.955/01 van het gerechtshof Den Haag van 23 december 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [eisers] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen de curator is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op nihil.ef.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, G. Snijders en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 18 november 2016.