ECLI:NL:HR:2016:3404

ECLI:NL:HR:2016:3404, Hoge Raad, 20-12-2016, 15/04121

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 20-12-2016
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 15/04121
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:GHARL:2015:5994
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
4 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854 BWBR0001903 BWBR0006622

Samenvatting

Publicatie arresten Hoge Raad die zijn afgedaan met art. 80a RO, inclusief schriftuur n.a.v. een wetenschappelijk onderzoek. Zie NJB 2018/301, afl. 6, p. 404-412.

Uitspraak

20 december 2016

Strafkamer

nr. S 15/04121

NA

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 11 augustus 2015, nummer 24/002805-10, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft V.C. van der Velde, advocaat te Almere, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

3. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier L. Nuy, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 december 2016.

SCHRIFTUUR HOUDENDE MIDDELEN VAN CASSATIE Zaaknummer: S 15/04121

Parketnummer: 24/002805-10

Namens verzoeker, [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968, draag ik het volgende middel voor tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, locatie Leeuwarden, uitgesproken op 11 augustus 2015 onder parketnummer 24/002805-10.

waarbij verzoeker terzake besturen van auto onder invloed van alcohol (art. 8, lid 2 onder a WVW) is veroordeeld tot een geldboete van E900,00 en de ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van een motorvoertuig voor de duur van negen maanden.

Middel - weigering horen getuigen

Er is sprake van schending van recht en/ of verzuim van vormen zoals bedoeld in art. 79 RO.

Verzoeker is van mening dat ten onrechte tot het horen van twee getuigen is geweigerd, waarbij sprake is van schending van het noodzakelijkheidscriterium, art 315 jo art 328 jo 415 Sv en art. 418 lid 3 Sv (HR 19-06-2007, LJN AZ1702).

Toelichting

De raadsman van verzoeker heeft terechtzitting in hoger beroep d.d. 28 juli 2015 verzocht tot het horen van de twee getuigen [getuige 1] en [getuige 2].

In zijn arrest oordeelt het Hof:

“De verzoeken moeten worden beoordeeld aan de hand van het noodzakelijkheidscriterium. Het is niet zo dat pas in maart blijkt dat de Poolse getuigen een ander standpunt innemen dan in hun eerdere schriftelijke verklaringen. Uit de verhoren die in oktober 2013 zijn afgenomen en waarvan de verdediging in juni 2014 kennis heeft kunnen nemen, bleek dat er sterke aanwijzingen waren dat zij een ander standpunt innemen. De verzoeken hadden veel eerder gedaan kunnen worden, en worden daarom afgewezen. Een zaak moet een keer tot een afronding komen.”

Verzoeker heeft een te respecteren belang bij het horen van de getuigen, nu de Poolse getuigen en verzoeker lijnrecht tegenover elkaar verklaren. De verzochte getuigen [getuige 1] en [getuige 2] hadden de verklaring van verzoeker kunnen staven.

Het hof heeft in deze zaak een verkeerde maatstaf gehanteerd nu in HR 19-06-2007, LJN AZ1702) is overwogen (r.o. 3.2.5) dat de niet tijdig bij schriftuur ex art. 414 Sv opgegeven getuigen kan worden geweigerd, indien het horen ter terechtzitting van de opgegeven getuige redelijkerwijs niet noodzakelijk is te achten.

Het hof lijkt echter als maatstaf te handteren dat “de zaak een keer tot een afronding moet komen”. Dit is een onjuiste maatstaf, vide HR 20 maart 2007, NJ 2007, 183.

De beslissing van het hof is derhalve onjuist, althans niet zonder meer begrijpelijk.

Op grond van voorgaand middel is verzoeker van mening dat het arrest van het Gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, locatie Leeuwarden, voor vernietiging en verwijzing dan wel terugwijzing in aanmerking komt.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?