18 maart 2016
Nr. 15/03664
Arrest
gewezen op het door [A] te [Q] ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Rotterdam van 29 juni 2015, nr. ROT 15/1010, op het verzet tegen een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam (nr. ROT 15/1010) betreffende de aan [X] te [Z] voor het jaar 2014 opgelegde aanslag in de afvalstoffenheffing.
1. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk verklaren.
2. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2016.