12 april 2016
Strafkamer
nr. S 15/01215 P
IF/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 6 september 2013, nummer 21/004092-13, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[betrokkene] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft B.P. de Boer, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2. Beoordeling van het eerste middel en het tweede middel
Het eerste middel klaagt over het oordeel van het Hof dat de oproeping in hoger beroep rechtsgeldig is betekend. Het tweede middel klaagt - onder verwijzing naar art. 588a en art. 590, derde lid, Sv - over het oordeel van het Hof dat verstek kon worden verleend tegen de niet verschenen betrokkene en met de behandeling van de zaak kon worden voortgegaan. Beide middelen voeren aan dat getracht had moeten worden de oproeping uit te reiken op, onderscheidenlijk een afschrift van de oproeping had moeten worden verzonden naar het adres [c-straat 1] te Utrecht , dat de betrokkene ter terechtzitting in eerste aanleg in de hoofdzaak heeft opgegeven. De middelen lenen zich voor gezamenlijke bespreking.
De bestreden uitspraak is bij verstek gewezen. De voor de beoordeling van de middelen van belang zijnde stukken zijn weergegeven in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 5.
Het eerste middel faalt op de gronden vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 9 tot en met 12. Het tweede middel faalt op de gronden vermeld in die conclusie onder 19 en 20.
3. Beoordeling van het derde middel
Dit middel klaagt eveneens over het oordeel van het Hof dat verstek kon worden verleend tegen de niet verschenen betrokkene en met de behandeling van de zaak kon worden voortgegaan. Het middel voert daartoe aan dat niet blijkt dat op de voet van art. 588, tweede lid, Sv aan de betrokkene een vertaling in de Bulgaarse taal van de oproeping in hoger beroep is toegezonden.
De voor de beoordeling van het middel van belang zijnde stukken zijn weergegeven in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 23.
Bij de op de voet van art. 434, eerste lid, Sv aan de Hoge Raad toegezonden oproeping van de betrokkene in hoger beroep, is een enveloppe gevoegd met het opschrift "gerechtelijk schrijven" en waarop als afzender is vermeld "Openbaar Ministerie Ressortsparket vestiging Arnhem-Leeuwarden Locatie Arnhem" en waarin kennelijk de oproeping die naar het adres [b-straat 1] te Plovdiv in Bulgarije is verzonden, was gevoegd. Een op die enveloppe geplaatst stempel houdt in dat het stuk onbestelbaar retour is gezonden.
In aanmerking genomen dat de in het middel bedoelde oproeping - kort gezegd - onbestelbaar retour is gekomen is het belang van de betrokkene bij de in het middel aangevoerde klacht, niet evident. Immers, ook indien de oproeping wel was voorzien van de op grond van art. 588, tweede lid, Sv vereiste vertaling in de Bulgaarse taal zou deze de betrokkene niet hebben bereikt. In gevallen waarin het belang bij de klacht niet evident is, mag van de verdediging in redelijkheid worden verlangd dat zij in de cassatieschriftuur een toelichting geeft met betrekking tot dat belang. Nu zo een toelichting ontbreekt, is het middel tevergeefs voorgesteld.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 april 2016.