29 april 2016
Eerste Kamer
14/05592
LZ/RB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser] ,wonende te [woonplaats] , België,
EISER tot cassatie, verweerder in het (deels voorwaardelijk) incidenteel cassatieberoep,
advocaat: aanvankelijk mr. M.B.A. Alkema, thans mr. M. Littooij,
t e g e n
1. mr. Jan Pieter VAN LOOF, in zijn hoedanigheid van vereffenaar van de nalatenschap van wijlen [A] ,
kantoorhoudende te Terneuzen,
2. [verweerster 2] ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
VERWEERDERS in cassatie, eisers in het (deels voorwaardelijk) incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. R.P.J.L. Tjittes.
Eiser tot cassatie zal hierna ook worden aangeduid als [eiser] , verweerders als de erven respectievelijk [verweerster 2] , en gezamenlijk als de erven c.s.
1. Het geding
Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar zijn arrest in deze zaak van 12 juni 2015 ECL:NL:HR:2015:1585, NJ 2015/287.
Het arrest is aan dit arrest gehecht.
2. Het verdere verloop
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor de erven c.s. mede door mr. L. van den Eshof.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het principale beroep van [eiser] voor zover dit is gericht tegen de e-mailberichten van 7 juni 2013 en 24 januari 2014 en tot verwerping van dat beroep voor het overige, alsmede tot verwerping van het incidentele cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van26 februari 2016 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep
De in de onvoorwaardelijk voorgestelde middelen in het principale en het incidentele beroep aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Daarmee behoeft het incidentele beroep, voor zover het voorwaardelijk is ingesteld, geen behandeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
in het principale beroep:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de erven c.s. begroot op € 841,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris;
in het onvoorwaardelijke incidentele beroep:
verwerpt het beroep;
veroordeelt de erven c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eiser] begroot op € 68,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp, G. de Groot en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 29 april 2016.