ECLI:NL:HR:2017:1033

ECLI:NL:HR:2017:1033, Hoge Raad, 30-05-2017, 16/01651

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 30-05-2017
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 16/01651
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2017:403
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 3 zaken
Aangehaald door 18 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854

Samenvatting

Profijtontneming, w.v.v. uit verkoop cocaïne. Hof heeft verzuimd het in de strafzaak verbeurd verklaarde geldbedrag in mindering te brengen op de opgelegde betalingsverplichting, art. 33a.1.a Sr. HR: Op de gronden die zijn vermeld in de CAG is het middel terecht voorgesteld (vgl. ECLI:NL:HR:2016:874). CAG: Door de v.v. bij onherroepelijk geworden strafvonnis van het aan betrokkene toebehorende en door hem d.m.v. de verkoop van cocaïne verkregen geldbedrag van € 2.290,60,- is dit w.v.v. reeds aan betrokkene ontnomen. Hof had het in strafzaak verbeurdverklaarde geldbedrag in mindering moeten brengen op de aan betrokkene opgelegde betalingsverplichting. HR doet de zaak om redenen van doelmatigheid zelf af.

Uitspraak

30 mei 2017

Strafkamer

nr. S 16/01651 P

DAZ/AKA

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 1 juni 2015, nummer 20/000282-14, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak voor zover het Hof daarbij heeft verzuimd het verbeurdverklaarde geldbedrag van € 2.290,60 in mindering te brengen op de aan de betrokkene opgelegde betalingsverplichting, tot herstel van dit verzuim en tot vernietiging van de bestreden uitspraak wat betreft de hoogte van de opgelegde betalingsverplichting wegens overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase, tot vermindering van de hoogte daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2. Beoordeling van het eerste middel

Het middel klaagt dat het Hof ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd, het inbeslaggenomen en verbeurdverklaarde geldbedrag van € 2.290,60 niet in mindering heeft gebracht op de aan de betrokkene opgelegde betalingsverplichting.

Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 4 tot en met 6 is het middel terecht voorgesteld (vgl. HR 17 mei 2016, ECLI:NL:HR:2016:874, NJ 2016/283, rov. 2.4).

De Hoge Raad zal om redenen van doelmatigheid zelf de zaak afdoen door de door het Hof vastgestelde betalingsverplichting te verminderen met het verbeurdverklaarde geldbedrag van € 2.290,60. Uitgaande van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel op een bedrag van € 15.465,- zal worden bepaald dat de aan de betrokkene opgelegde verplichting tot betaling aan de staat een bedrag van € 13.174,40 bedraagt.

3. Beoordeling van het tweede middel

Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.

Het middel is gegrond. Dit moet leiden tot vermindering van de hiervoor onder 2.3 vermelde aan de betrokkene op te leggen betalingsverplichting.

4. Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde betalingsverplichting ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;

vermindert het te betalen bedrag in die zin dat de hoogte daarvan € 12.515,68 bedraagt;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 mei 2017.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl RvdW 2017/679 SR-Updates.nl 2017-0298 NbSr 2017/238
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?