1 december 2017
Eerste Kamer
16/05028
TT/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. OTAH B.V.,gevestigd te Den Haag,
2. HOMANED I B.V.,gevestigd te Den Haag,
3. [eiseres 3] ,wonende te [woonplaats] ,
4. [eiser 4] ,wonende te [woonplaats]
5. [eiser 5] ,wonende te [woonplaats] ,
6. [eiseres 6] ,gevestigd te [plaats] ,
7. [eiseres 7] ,
gevestigd te [plaats] ,
EISERESSEN tot cassatie,
advocaten: mr. J.F. de Groot en mr. P.A. Fruytier,
t e g e n
DE GEMEENTE AMSTERDAM,zetelende te Amsterdam, ,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. M.W. Scheltema.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Otah c.s. en de Gemeente.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak C/13/543528/HA ZA 13/649 van de rechtbank Amsterdam van 18 september 2013 en 23 april 2014;
b. het arrest in de zaak 200.155.053/01 van het gerechtshof Amsterdam van 5 juli 2016.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben Otah c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Otah c.s. heeft bij brief van 13 oktober 2017 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Otah c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 856,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, M.V. Polak, C.E. du Perron en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 1 december 2017.