20 januari 2017
nr. 16/02933
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 28 april 2016, nr. 14/00987, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Limburg (nr. AWB 13/3927) betreffende de ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Horst aan de Maas voor het jaar 2013 betreffende de onroerende zaak [a-straat 1] te [Z]. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
1. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Beoordeling van de klacht
Belanghebbende heeft blijkens de stukken van het geding in de bezwaarfase een taxatierapport laten opstellen. Het Hof heeft in de hogerberoepsfase de heffingsambtenaar van de gemeente Horst aan de Maas (hierna: de heffingsambtenaar) veroordeeld in de kosten die belanghebbende in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken. Het Hof heeft daarbij een vergoeding van een door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand verleend van € 492. Het Hof heeft verder geoordeeld dat van andere voor vergoeding in aanmerking komende kosten niet is gebleken. Tegen laatstgenoemd oordeel richt zich de klacht van belanghebbende.
De klacht treft doel. Het Hof heeft verzuimd een vergoeding van het door belanghebbende in de fase van bezwaar ingediende taxatierapport toe te kennen. Gelet op de Richtlijn van de belastingkamers van de gerechtshoven inzake vergoeding van proceskosten bij WOZ-taxaties, Stcrt. 2012/26039, had het Hof voor de kosten hiervan een vergoeding moeten toekennen van € 242.
Gelet op het onder 2.2 overwogene kan ’s Hofs uitspraak niet in stand blijven. De Hoge Raad kan de zaak afdoen.
3. Proceskosten
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Horst aan de Maas zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie gegrond,
vernietigt de uitspraak van het Hof, doch uitsluitend voor zover deze betreft de hoogte van de vergoeding van de kosten in verband met de behandeling van het bezwaar,
veroordeelt de heffingsambtenaar van de gemeente Horst aan de Maas tot vergoeding aan belanghebbende van de kosten in verband met de behandeling van het bezwaar, vastgesteld op € 734,
gelast dat het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Horst aan de Maas aan belanghebbende vergoedt het door deze ter zake van de behandeling van het beroep in cassatie betaalde griffierecht ten bedrage van € 124, en
veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Horst aan de Maas in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 495 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 20 januari 2017.