ECLI:NL:HR:2017:655

ECLI:NL:HR:2017:655, Hoge Raad, 11-04-2017, 16/01912

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 11-04-2017
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 16/01912
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2017:251
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 7 zaken
Aangehaald door 11 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001903 BWBR0005291

Samenvatting

Beklag, beslag. Art. 552a Sv. De uitleg van een klaagschrift is aan de feitenrechter en zijn oordeel dienaangaande kan in cassatie slechts op zijn begrijpelijkheid worden getoetst. Aan het door klager ingediende klaagschrift ligt de stelling ten grondslag dat zijn broer als rechthebbende moet worden aangemerkt van de onder klager inbeslaggenomen auto. Kennelijk heeft de Rb. het klaagschrift aldus verstaan dat het strekt tot teruggave van de inbeslaggenomen auto - via klager - aan diens broer. Die uitleg is niet onbegrijpelijk. De wet kent niet de mogelijkheid dat op verzoek van een belanghebbende teruggave van het inbeslaggenomene aan een ander wordt gelast. Derhalve heeft de Rb. klager terecht n-o verklaard in het klaagschrift. CAG: anders.

Uitspraak

11 april 2017

Strafkamer

nr. S 16/01912 B

EC

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 10 maart 2016, nummer RK 16/192, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:

[klager] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft M. Hoekzema, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot zodanige beslissing met betrekking tot verwijzen of terugwijzen als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.

2 Beoordeling van het middel

Het middel klaagt dat de Rechtbank de klager ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard in zijn klaagschrift, strekkende tot teruggave van een onder hem inbeslaggenomen auto.

Het klaagschrift houdt, voor zover in cassatie van belang, het volgende in:

"1. Op 25 januari jl. is bij klager een auto (...) inbeslaggenomen.

2. Ondergetekende heeft de officier van justitie schriftelijk om teruggave verzocht.

3. De eigenaar van de auto is [betrokkene 1] (...) Dit betreft de broer van klager. [betrokkene 1] had zijn auto uitgeleend aan klager en is akkoord met teruggave aan klager."

De Rechtbank heeft de klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn klaagschrift en daartoe het volgende overwogen:

"Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het klaagschrift gegrond verklaard dient te worden. De inbeslaggenomen auto is van de broer van klager en er is geen strafvorderlijk belang meer bij inbeslagneming.

De beoordeling

Het klaagschrift is tijdig ingediend.

Klager heeft gesteld dat hij de inbeslaggenomen auto van zijn broer had geleend. De wet kent echter niet de mogelijkheid tot teruggave van inbeslaggenomen voorwerpen aan een ander, dan aan degene die een klaagschrift tot teruggave heeft ingediend. Derhalve had niet klager, maar zijn broer een klaagschrift moeten indienen. Gelet hierop is de raadkamer van oordeel dat klager niet-ontvankelijk in zijn klaagschrift dient te worden verklaard."

De uitleg van een klaagschrift is aan de feitenrechter. Zijn oordeel dienaangaande kan - als steunend op een aan hem voorbehouden uitleg der gedingstukken - in cassatie slechts op zijn begrijpelijkheid worden getoetst.

Aan het door de klager ingediende klaagschrift ligt de stelling ten grondslag dat zijn broer als rechthebbende moet worden aangemerkt van de onder de klager inbeslaggenomen auto. Kennelijk heeft de Rechtbank het klaagschrift aldus verstaan dat het strekt tot teruggave van de inbeslaggenomen auto - via de klager - aan diens broer. Die uitleg is niet onbegrijpelijk. De wet kent niet de mogelijkheid dat op verzoek van een belanghebbende teruggave van het inbeslaggenomene aan een ander wordt gelast. Derhalve heeft de Rechtbank de klager terecht niet-ontvankelijk verklaard in het klaagschrift.

Het middel faalt.

3. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren E.F. Faase en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 april 2017.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl RvdW 2017/510 SR-Updates.nl 2017-0188 NbSr 2017/186
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?