12 mei 2017
Eerste Kamer
16/01259
TT/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. SORTIVA PAPIER EN KUNSTSTOFFEN B.V.,gevestigd te Wognum, gemeente Medemblik,
2. [eiseres 2],gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERESSEN tot cassatie, verweersters in het incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. K. Aantjes,
t e g e n
Mr. Terry STEFFENS, in zijn hoedanigheid van curator in de faillissementen van VAOP Oud Papier B.V. en Coöperatieve Vereniging VAOP U.A., kantoorhoudende te Amsterdam,
VERWEERDER in cassatie, eiser in het incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. J.P. Heering.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Sortiva en [eiseres 2] en de curator.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak C/14/145426/HA ZA 13-115 van de rechtbank Noord-Holland van 14 augustus 2013 en 29 januari 2014;
b. het arrest in de zaak 200.148.232/01 van het gerechtshof Amsterdam van 8 december 2015.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben Sortiva en [eiseres 2] beroep in cassatie ingesteld. De curator heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor de curator mede door mr. P.J. Tanja.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt zowel in het principale als in het incidentele beroep tot verwerping.
De advocaat van Sortiva en [eiseres 2] heeft bij brief van 29 maart 2017 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
in het principale beroep:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Sortiva en [eiseres 2] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op € 2.028,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris;
in het incidentele beroep:
verwerpt het beroep;
veroordeelt de curator in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Sortiva en [eiseres 2] begroot op € 68,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 12 mei 2017.