16 mei 2017
Strafkamer
nr. S 16/04578 B
AKA
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 26 juli 2016, nummer RK 15/418, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[klager] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1930.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de Officier van Justitie. Deze heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.
De Advocaat-Generaal W.H. Vellinga heeft bij aanvullende conclusie geconcludeerd dat de Hoge Raad de bestreden beschikking zal vernietigen en zal verstaan dat het beklag is vervallen.
2 Ambtshalve beoordeling van de bestreden beschikking
Blijkens een aan de Hoge Raad overgelegd, door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [...] gewaarmerkt afschrift van een akte van de burgerlijke stand van die gemeente is de klager op 11 maart 2017 aldaar overleden.
Nu de wet geen voorziening kent voor de verdere behandeling van een beklag overeenkomstig art. 552a Sv na overlijden van de klager, moet het beklag geacht worden door dat overlijden te zijn vervallen.
3. Slotsom
Uit het voorgaande vloeit voort dat als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden beschikking;
verstaat dat het beklag is vervallen.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 mei 2017.