ECLI:NL:HR:2017:972

ECLI:NL:HR:2017:972, Hoge Raad, 30-05-2017, 15/04393

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 30-05-2017
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 15/04393
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2017:378
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 11 zaken
Aangehaald door 9 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854 BWBR0001903

Samenvatting

Laatste woord, art. 311.4 Sv. De Hoge Raad herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR: 2015:1239 m.b.t. het recht op het laatste woord. Het Hof is bij zijn beslissing om verdachte tijdens het voeren van het laatste woord het woord te ontnemen kennelijk uitgegaan van de vooronderstelling dat hetgeen verdachte verder wilde aanvoeren slechts nodeloze herhalingen zou bevatten van aspecten die reeds bij de behandeling van de zaak aan de orde zijn geweest. Op welke f&o die veronderstelling is gebaseerd blijkt niet uit het p-v van de tz. in h.b., terwijl daaruit evenmin blijkt dat verdachte na de onderbreking door de voorzitter nog in de gelegenheid is gesteld het woord te voeren. Volgt vernietiging en terugwijzing.

Uitspraak

30 mei 2017

Strafkamer

nr. S 15/04393

EC/SG

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 14 september 2015, nummer 22/004182-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft H. Bakker, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot zodanige op art. 440 Sv gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het derde middel

Het middel klaagt dat het Hof de verdachte ten onrechte heeft beperkt in zijn laatste woord als bedoeld in art. 311, vierde lid, Sv, althans dat hetgeen het Hof ter beperking van het voeren van dat laatste woord heeft overwogen onbegrijpelijk is.

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

"1. hij op 28 mei 2014 te Leiden [betrokkene 1] en

[betrokkene 2] heeft bedreigd met feitelijke aanranding van de eerbaarheid, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend die [betrokkene 1] en die [betrokkene 2] achtervolgd en daarbij zijn, verdachtes, stijve penis in de hand vastgehouden;

2. hij op 28 mei 2014 te Leiden [betrokkene 3] heeft bedreigd met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [betrokkene 3] dreigend de woorden toegevoegd: "ik ben nog niet klaar met je. Jij komt nog wel."

Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 31 augustus 2015 houdt, voor zover hier van belang, het volgende in:

"De advocaat-generaal voert hierna het woord en deelt mede dat zij wettig en overtuigend bewezen acht dat ter zake van het onder 1 en 2 ten laste gelegde bij de slachtoffers de redelijke vrees kon ontstaan dat de misdrijven waarmee de verdachte dreigde, ook door hem gepleegd zouden worden.

Vervolgens draagt de advocaat-generaal de schriftelijke vordering voor.

De advocaat-generaal vordert vernietiging van het vonnis waarvan beroep en veroordeling van de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 ten laste gelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 113 dagen, met aftrek van het voorarrest en legt de vordering aan het gerechtshof over.

De verdachte verstoort de orde ter terechtzitting door het requisitoir van de advocaat-generaal meermalen te onderbreken. De voorzitter waarschuwt de verdachte meermalen.

De raadsman voert het woord tot verdediging overeenkomstig zijn overgelegde en in het procesdossier gevoegde pleitnota.

De advocaat-generaal en de raadsman krijgen de gelegenheid tot respectievelijk repliek en dupliek.

Aan de verdachte wordt het recht gelaten het laatst te spreken. Nadat de verdachte enige tijd het woord heeft gevoerd ontneemt de voorzitter de verdachte het laatste woord, aangezien er geen nieuwe aspecten naar voren zijn gekomen.

De voorzitter verklaart het onderzoek gesloten en deelt mede, dat uitspraak zal worden gedaan ter openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 14 september 2015 te 13.30 uur."

Aan de verdachte dient ingevolge art. 311, vierde lid, Sv het recht te worden gelaten het laatst te spreken. Dat betekent dat de verdachte (of bij diens afwezigheid de op de voet van art. 279 Sv gemachtigde raadsman) als laatste de gelegenheid krijgt nog aan te voeren wat dienstig kan zijn voor de beoordeling van de zaak. Daarbij mag de rechter evenwel in voorkomende gevallen wanneer hij zulks nodig oordeelt de verdachte (of de raadsman) erop wijzen dat ter vermijding van herhalingen bespreking van aspecten die reeds bij de behandeling van de zaak aan de orde zijn geweest, achterwege moet blijven (vgl. HR 12 mei 2015, ECLI:NL:HR: 2015:1239, NJ 2015/298).

Het Hof is bij zijn beslissing om de verdachte tijdens het voeren van het laatste woord het woord te ontnemen kennelijk uitgegaan van de vooronderstelling dat hetgeen de verdachte verder wilde aanvoeren slechts nodeloze herhalingen zou bevatten van aspecten die reeds bij de behandeling van de zaak aan de orde zijn geweest. Op welke feiten en omstandigheden die veronderstelling is gebaseerd blijkt niet uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep, terwijl daaruit evenmin blijkt dat de verdachte na de onderbreking door de voorzitter nog in de gelegenheid is gesteld het woord te voeren. Daarom lijdt het onderzoek in hoger beroep aan nietigheid.

Het middel slaagt.

3. Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, de overige middelen geen bespreking behoeven en als volgt moet worden beslist.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 mei 2017.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl RvdW 2017/643 NJB 2017/1293 NJ 2017/249 SR-Updates.nl 2017-0249 NbSr 2017/245
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?