3 juli 2018
Strafkamer
nr. S 16/03589
JHO/SG
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 5 juli 2016, nummer 22/002868-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door het Openbaar Ministerie. Het heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De raadsman van de verdachte, M.R. Mantz, advocaat te Den Haag, heeft het beroep tegengesproken.
De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest voor zover het betreft de beslissingen over feit 4 en de strafoplegging en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Den Haag teneinde in zoverre op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van het middel
Het middel klaagt dat het Hof wat betreft het onder 4 tenlastegelegde een onjuiste uitleg heeft gegeven aan de daarin voorkomende, aan art. 141, eerste lid, Sr ontleende term "openlijk", althans dat het Hof de ter zake van dat feit gegeven vrijspraak onvoldoende met redenen heeft omkleed.
Op de gronden die zijn vermeld in het heden uitgesproken arrest in de zaak 16/03539, ECLI:NL:HR:2018:1008, kan het middel niet tot cassatie leiden.
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink, E.S.G.N.A.I. van de Griend, A.L.J. van Strien en M.J. Borgers in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 juli 2018.