ECLI:NL:HR:2018:17

ECLI:NL:HR:2018:17, Hoge Raad, 09-01-2018, 16/03274

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 09-01-2018
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 16/03274
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2017:1403
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 11 zaken
Aangehaald door 8 zaken
6 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854 BWBR0001903 BWBR0001941 CELEX:32016L0343 EU:32016L0343

Samenvatting

Opzettelijk aanwezig hebben van heroïne. Verbeurdverklaring inbeslaggenomen geldbedrag, art. 33a Sr. Hof heeft geoordeeld dat het geldbedrag geheel of grotendeels d.m.v. het bewezenverklaarde is verkregen. Dit oordeel is zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk, in aanmerking genomen dat ten laste van verdachte is bewezenverklaard het aanwezig hebben van verdovende middelen. Volgt vernietiging wat betreft strafoplegging.

Uitspraak

9 januari 2018

Strafkamer

nr. S 16/03274

EC/NA

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 14 juni 2016, nummer 22/005577-15, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Den Haag teneinde in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2. Beoordeling van het eerste middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Beoordeling van het tweede middel

Het middel klaagt dat de verbeurdverklaring van het inbeslaggenomen geldbedrag onvoldoende met redenen is omkleed.

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

"hij op 13 maart 2015 te Rotterdam opzettelijk aanwezig heeft gehad 2678,93 gram van een materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I."

Het Hof heeft ten aanzien van de verbeurdverklaring het volgende overwogen:

"Beslag

Ten aanzien van het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerp (geldbedrag) zoals dit vermeld is onder 2 op de in kopie aan dit arrest gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen, volgens opgave van verdachte aan hem toebehorend, zal het hof de verbeurdverklaring gelasten, nu dit geheel of grotendeels door middel van het bewezen verklaarde is verkregen, gelet op het gegeven dat het hof heeft vastgesteld dat het ging om een handelshoeveelheid heroïne.

Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

(...)

Beslissing

Het hof:

(...)

Verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp onder 2 op de in kopie aan dit arrest gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen, te weten: een bedrag van € 1.832,-."

Blijkens zijn hiervoor onder 3.3 weergegeven overwegingen heeft het Hof geoordeeld dat het in het middel genoemde geldbedrag geheel of grotendeels door middel van het bewezenverklaarde is verkregen. Dit oordeel is, zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk. Daarbij neemt de Hoge Raad in aanmerking dat ten laste van de verdachte is bewezenverklaard - kort gezegd - het aanwezig hebben van verdovende middelen. De bestreden uitspraak is in zoverre niet naar de eis der wet met redenen omkleed.

Het middel slaagt.

4. Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 januari 2018.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl RvdW 2018/168 JOW 2018/2 SR-Updates.nl 2018-0036
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?