21 september 2018
Nr. 18/02943
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 9 maart 2017, nrs. 15/7798 AW en 15/8085 AW, betreffende een verzoek tot herziening van de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep van 4 september 2014, nrs. 14/1533 AW en 14/1534, en van 23 juli 2015, nrs. 15/480 AW en 15/481 AW.
1. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
Ingevolge artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad enkel kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de bestuursrechter voor zover dit bij wet is bepaald. Er is geen wettelijke bepaling die beroep in cassatie openstelt tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep als de onderhavige (zie HR 5 december 2014, nr. 14/05139, ECLI:NL:HR:2014:3516 en HR 9 oktober 2015, 15/03980, ECLI:NL:HR:2015:3007). Het beroep in cassatie dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard.
2. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 21 september 2018.