ECLI:NL:HR:2018:1819

ECLI:NL:HR:2018:1819, Hoge Raad, 02-10-2018, 17/01171

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 02-10-2018
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 17/01171
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Artikel 81 RO-zaken
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2018:712
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 11 zaken
Aangehaald door 3 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854 BWBR0001941

Samenvatting

Medeplegen handel in cocaïne (meermalen gepleegd), art. 2.B Opiumwet. VI en duur vrijheidsbeneming in relatie tot gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf. Leidt VI regeling van art. 15 e.v. Sr ertoe dat oplegging van gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf langere vrijheidsbeneming met zich brengt dan oplegging van geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf? Hof heeft in strafmotivering overwogen dat in beginsel een gevangenisstraf van 24 maanden passend en geboden zou zijn maar dat vanwege overschrijding van redelijke termijn een gevangenisstraf van 22 maanden zal worden opgelegd en vervolgens een gevangenisstraf van 22 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, opgelegd. HR: art. 81.1 RO. CAG: Verdachte zit in beginsel korter vast indien hem een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van 22 maanden wordt opgelegd (met toepassing van VI regeling), dan wanneer deze straf ook een voorwaardelijke component van 6 maanden omvat (zonder toepassing VI regeling). Daarbij verdient opmerking dat VI regeling niet inhoudt dat verdachte in alle gevallen voorwaardelijk in vrijheid wordt gesteld (art. 15d Sr). Geen innerlijke tegenstrijdigheid tussen strafmotivering en dictum, omdat aankondiging van vermindering van gevangenisstraf vanwege overschrijding van redelijke termijn nog niet uitsluit dat vervolgens o.g.v. andere overwegingen daarvan een deel voorwaardelijk wordt opgelegd. De voor het achterwege laten van een voorwaardelijk deel van de sanctie aangevoerde feiten en omstandigheden zijn door Hof kennelijk en niet onbegrijpelijk te licht bevonden.

Uitspraak

2 oktober 2018

Strafkamer

nr. S 17/01171

IF/AJ

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 7 februari 2017, nummer 22/001296-13, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en P. van Dongen, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 oktober 2018.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl RvdW 2018/1107 NbSr 2018/337
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?