30 oktober 2018
Strafkamer
nr. S 16/05626 B
IF/CB
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, van 26 oktober 2016, nummer RK 16/578, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[klager] , kantoorhoudende te [plaats] .
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door [klager] in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [A] BV. Namens deze heeft C.P. Wesselink-van Dijk, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk zal verklaren.
2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Het beroep is gericht tegen een beschikking die is gegeven op het klaagschrift en de aanvulling op dat klaagschrift van [betrokkene 2] , welk klaagschrift strekte tot teruggave van 137 auto's - die onder [A] BV in beslag waren genomen - en welke aanvulling van het klaagschrift strekte tot teruggave van een onder [betrokkene 2] inbeslaggenomen camper en personenauto. Bij de bestreden beschikking is het klaagschrift van [betrokkene 2] deels gegrond verklaard en de teruggave van de personenauto aan hem gelast en voor het overige ongegrond verklaard. Tegen die beschikking staat voor [klager] op grond van art. 552d, tweede lid, Sv geen cassatieberoep open.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart [klager] niet-ontvankelijk in het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 oktober 2018.