16 november 2018
Eerste Kamer
18/00143
LZ/AR
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiseres],gevestigd te [plaats],
EISERES tot cassatie,
advocaten: mr. D.A. van der Kooij en mr. A.E.H. van der Voort Maarschalk,
t e g e n
CARIGNA INVESTMENTS N.V.,gevestigd te CuraƧao,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en Carigna.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/15/210693/ HA ZA 14-50 van de rechtbank Noord-Holland van 2 april 2014, 9 juli 2014 en 12 augustus 2015;
b. het arrest in de zaak 200.187.847/01 van het gerechtshof Amsterdam van 10 oktober 2017.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Bij tussenarrest van 16 maart 2018 is tegen Carigna verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Carigna begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek, C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 16 november 2018.