23 november 2018
Eerste Kamer
18/02166
TT/AR
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoeker],zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland,
VERZOEKER tot cassatie,
advocaten: mr. T.T. van Zanten en mr. I.M.A. Lintel,
t e g e n
1. VERENIGING BUMA,gevestigd te Amstelveen,
2. STICHTING TER EXPLOITATIE VAN NABURIGE RECHTEN (SENA),gevestigd te Hilversum,
VERWEERSTERS in cassatie,
advocaat: mr. S.M. Kingma.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en Buma en Sena.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/09/18/96 F van de rechtbank Den Haag van 20 maart 2018;
b. het arrest in de zaak 200.236.055/01 van het gerechtshof Den Haag van 8 mei 2018.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Buma en Sena hebben verzocht het beroep te verwerpen.
De zaak is voor Buma en Sena toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van [verzoeker] hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [verzoeker] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Buma en Sena begroot op € 865,34 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 23 november 2018.