ECLI:NL:HR:2018:2252

ECLI:NL:HR:2018:2252, Hoge Raad, 04-12-2018, 18/01692

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 04-12-2018
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 18/01692
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2018:1231
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 25 zaken
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0001903

Samenvatting

Mishandeling door ander tegen hoofd te slaan, art. 300.1 Sr. Hof bevestigt vonnis Rb waarin is volstaan met opgave b.m., terwijl verdachte ttz. in h.b. heeft verklaard dat hij onschuldig is. Art. 359.3 en 423.1 Sv. Hetgeen verdachte bij behandeling van zaak in h.b. heeft aangevoerd, kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan dat hij vrijspraak heeft bepleit t.a.v. tlgd. Uit bewoordingen van tweede volzin van art. 359.3 Sv volgt dat deze bepaling in ieder geval geen toepassing kan vinden indien door of namens verdachte ttz. vrijspraak is bepleit. Hof had vonnis niet mogen bevestigen dan onder de in art. 423.1 Sv bedoelde aanvulling van gronden, te weten de in de eerste volzin van art. 359.3 Sv bedoelde weergave van de inhoud van de b.m. Volgt vernietiging en terugwijzing.

Uitspraak

4 december 2018

Strafkamer

nr. S 18/01692

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 23 februari 2018, nummer 22/003907-17, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak op het bestaande beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2. Beoordeling van het eerste middel

Het middel strekt ten betoge dat het Hof het vonnis van de Rechtbank, waarin is volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in art. 359, derde lid, Sv, niet had mogen bevestigen.

De Rechtbank heeft ten laste van de verdachte bewezenverklaard dat:

"hij op 12 februari 2017 te Rotterdam [betrokkene 1] heeft mishandeld door meermalen tegen het hoofd van voornoemde [betrokkene 1] te slaan."

Deze bewezenverklaring steunt op een opgave van bewijsmiddelen als bedoeld in de tweede volzin van het derde lid van art. 359 Sv, waaronder de bekennende verklaring van de verdachte.

Het Hof heeft het vonnis onder meer ten aanzien van de bewezenverklaring bevestigd.

Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep houdt, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in:

"De verdachte wordt in de gelegenheid gesteld zijn bezwaren tegen het vonnis op te geven.

De verdachte geeft op ten onrechte te zijn veroordeeld.

(...)

De verdachte legt op vragen van de voorzitter een verklaring af, inhoudende:

Ik ben onschuldig."

Art. 359, derde lid, Sv, dat ingevolge art. 415 Sv ook in hoger beroep toepasselijk is, luidt:

"De beslissing dat het feit door de verdachte is begaan, moet steunen op de inhoud van in het vonnis opgenomen bewijsmiddelen, houdende daartoe redengevende feiten en omstandigheden. Voor zover de verdachte het bewezenverklaarde heeft bekend, kan een opgave van bewijsmiddelen volstaan, tenzij hij nadien anders heeft verklaard dan wel hij of zijn raadsman vrijspraak heeft bepleit."

De Rechtbank heeft in het vonnis volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in de tweede volzin van art. 359, derde lid, Sv. Hetgeen de verdachte bij de behandeling van de zaak in hoger beroep heeft aangevoerd, kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan dat hij vrijspraak heeft bepleit ten aanzien van het tenlastegelegde. Uit de bewoordingen van de tweede volzin van art. 359, derde lid, Sv volgt dat deze bepaling in ieder geval geen toepassing kan vinden indien door of namens de verdachte ter terechtzitting vrijspraak is bepleit. Gelet op het voorgaande had het Hof het vonnis niet mogen bevestigen dan onder de in art. 423, eerste lid, Sv bedoelde aanvulling van gronden, te weten de in de eerste volzin van art. 359, derde lid, Sv bedoelde weergave van de inhoud van de bewijsmiddelen met betrekking tot het tenlastegelegde.

Het middel is in zoverre terecht voorgesteld.

3. Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, de middelen voor het overige geen bespreking behoeven en als volgt moet worden beslist.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 december 2018.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl RvdW 2019/37 SR-Updates.nl 2019-0057
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?