ECLI:NL:HR:2018:2292

ECLI:NL:HR:2018:2292, Hoge Raad, 11-12-2018, 17/02290

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 11-12-2018
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 17/02290
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2018:1005
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 15 zaken
Aangehaald door 1 zaken
6 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0001903 BWBR0002063 BWBR0002155 BWBR0004627 BWBR0006622

Samenvatting

Beklag, beslag ex art. 94 en 94a Sv op woning onder klaagster en geldbedrag onder echtgenoot klaagster i.h.k.v. verdenking t.z.v. witwassen van gelden afkomstig van drugshandel. Beschikking enkelvoudige kamer Rb is in strijd met art. 24.2 Sv niet ondertekend door voorzitter Rb maar enkel door griffier, terwijl beschikking vermeldt dat voorzitter buiten staat is beschikking mede te ondertekenen en voor afschrift stempel bevat met paraaf griffier. Leidt verzuim t.a.v. ondertekening beschikking tot nietigheid? Belang bij cassatie, nu voorzitter Rb n.a.v. inlichtingen PG HR schriftelijk heeft verklaard dat inhoud niet ondertekende beschikking overeenkomt met inhoud beslissing die hij heeft gegeven? Bij de aan HR gezonden stukken bevindt zich fotokopie van beschikking Rb, welke beschikking alleen door griffier is ondertekend en niet door behandelend rechter op de grond dat deze daartoe buiten staat is. Opvatting dat voorschrift van art. 24.2 Sv inzake de ondertekening van de beschikking van zodanig essentiƫle aard is dat de enkele niet-naleving daarvan nietigheid tot gevolg heeft, is - mede gelet op de wetsgeschiedenis - onjuist. Op voormelde fotokopie is een door griffier gewaarmerkte stempelafdruk "voor afschrift" geplaatst. Op grond daarvan moet worden aangenomen dat griffier aldus heeft vastgesteld dat dit afschrift dezelfde inhoud heeft als de door enkelvoudige kamer Rb gewezen en uitgesproken beschikking. Volgt verwerping.

Uitspraak

11 december 2018

Strafkamer

nr. S 17/02290 B

MD/CB

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 26 april 2017, nummer RK 17/78, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:

[klaagster] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft J.S. Nan, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

Het middel klaagt dat de beschikking van de enkelvoudige kamer van de Rechtbank in strijd met art. 24, tweede lid, Sv niet is ondertekend door de rechter die het klaagschrift heeft behandeld.

Bij de op de voet van art. 447, tweede lid, Sv aan de Hoge Raad gezonden stukken bevindt zich een fotokopie van de in het middel genoemde beschikking, welke beschikking alleen door de griffier is ondertekend en niet door de behandeld rechter op de grond dat deze daartoe buiten staat is.

Art. 24, tweede en derde lid, Sv luidt:

"2. De beschikking vermeldt de namen van de leden van het college, door wie en de dag waarop zij is gewezen. Zij wordt ondertekend door de voorzitter en de griffier die bij de behandeling tegenwoordig is geweest.

3. Bij ontstentenis van de voorzitter tekent een lid van de raadkamer. Indien de griffier niet tot ondertekening in staat is wordt daarvan in de beschikking melding gemaakt."

Voor zover het middel berust op de opvatting dat het voorschrift van art. 24, tweede lid, Sv inzake de ondertekening van de beschikking van zodanig essentiƫle aard is dat de enkele niet-naleving daarvan nietigheid tot gevolg heeft, faalt het omdat die opvatting - mede gelet op de wetsgeschiedenis die in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 4.7 is weergegeven - onjuist is.

Het middel betoogt voorts dat niet "buiten twijfel kan worden gesteld dat het daadwerkelijk om de door de rechter gegeven en in het openbaar uitgesproken beschikking gaat". Op voormelde fotokopie is een door de griffier gewaarmerkte stempelafdruk "voor afschrift" geplaatst. Op grond daarvan moet worden aangenomen dat de griffier aldus heeft vastgesteld dat dit afschrift dezelfde inhoud heeft als de door enkelvoudige kamer van de Rechtbank gewezen en uitgesproken beschikking. Daarop stuit de klacht af.

3. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 december 2018.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl RvdW 2019/55 NJ 2019/95 met annotatie van W.H. Vellinga
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?