ECLI:NL:HR:2018:2335

ECLI:NL:HR:2018:2335, Hoge Raad, 18-12-2018, 17/00718

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 18-12-2018
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 17/00718
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2018:998
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 25 zaken
Aangehaald door 15 zaken
6 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854 BWBR0001903 BWBR0005289 BWBR0006297 BWBR0030250

Samenvatting

Medeplegen poging woninginbraak (art. 311.1.4 en 311.1.5 Sr). Toewijzing vordering b.p. en oplegging schadevergoedingsmaatregel t.z.v. schade aan (paneel)deur op bovenverdieping van woning b.p. die is ontstaan toen politie op zoek was naar mogelijke daders. Klacht dat schade niet door verdachte maar door politie is veroorzaakt. Rechtstreekse schade door bewezenverklaard feit? HR herhaalt relevante overweging uit ECLI:NL:HR:2014:959 m.b.t. vereiste van voldoende verband tussen bewezenverklaarde en schade waarbij concrete omstandigheden van het geval bepalend zijn. Hof heeft geoordeeld dat tussen het bewezenverklaarde handelen van verdachte en de schade die b.p. heeft gevorderd voldoende verband bestaat in de hiervoor bedoelde zin. Bezien in het licht van de bewezenverklaring en in aanmerking genomen hetgeen de gedingstukken inhouden, geeft dat oordeel niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Dat oordeel is ook niet onbegrijpelijk, ook niet v.zv. het betreft de door b.p. m.b.t. de paneeldeur op de bovenverdieping geleden schade, nu Hof kennelijk heeft geoordeeld dat die schade is ontstaan doordat de politie op zoek was naar (mede)daders van de inbraak, die zich mogelijkerwijs nog op die bovenverdieping achter die geforceerde deur in de woning bevonden. Daaraan doet niet af dat de schade door het optreden van de politie is ontstaan. Volgt verwerping.

Uitspraak

18 december 2018

Strafkamer

nr. S 17/00718

MD/DAZ

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 16 december 2016, nummer 20/003493-15, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] (voormalig Joegoslavië) op [geboortedatum] 1966.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben G.A. Jansen en Th.O.M. Dieben, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadslieden hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2. Beoordeling van het tweede middel

Het middel klaagt over de toewijzing door het Hof van de vordering van de benadeelde partij en de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel voor zover deze zien op de schade aan een (paneel)deur op de bovenverdieping van de woning van de benadeelde partij. Het voert daartoe aan dat deze schade niet door de verdachte maar door de politie is veroorzaakt.

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

"hij op 15 juli 2015, te Swalmen, in de gemeente Roermond, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan de [a-straat 1] weg te nemen goederen van hun gading, toebehorende aan [betrokkene 1] , en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen door middel van braak, met voornoemd oogmerk het kozijn van de voordeur van voornoemde woning heeft verbogen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid."

Bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken bevindt zich een 'schadeopgaveformulier misdrijven' van de benadeelde partij [betrokkene 1] met bijlage. Dit formulier houdt onder meer in:

"2. Schade

Omschrijving bedrag nummer bijlage(...)Inbraakschade aan 2 deuren € 2.017,55 1+2+3"

De bij het schadeopgaveformulier gevoegde bijlage 1 houdt, voor zover hier van belang, het volgende in:

"Materiële schade

Inbraakschade € 2017,55

Benadeelde geeft aan dat voor- en achterdeur op de begane grond en de paneeldeur op de bovenverdieping door verdachte(n) zijn geforceerd. Er is met een voorwerp tussen de betreffende deuren en het kozijn in gestoken, waardoor zowel de deur als het kozijn zodanig zijn beschadigd/vernield (...) dat deze vernieuwd dan wel gerepareerd moeten worden. Benadeelde is niet verzekerd voor deze schade.

Op de bovenverdieping dient de paneeldeur vernieuwd te worden, inclusief sluitwerk en kozijnreparatie. De bestaande binnendeur moet eruit gehaald worden en de nieuwe deur moet geplaatst worden. Vervolgens moeten het kozijn en de deur opnieuw geschilderd worden (...)."

Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep houdt onder meer het volgende in:

"De raadsvrouw voert aanvullend aan:

(...)

Voor wat betreft de vordering van de benadeelde partij ben ik van mening dat de politierechter een juiste beslissing heeft genomen. De schade boven in de woning is niet door de inbrekers veroorzaakt, maar door de politie om te kijken of de daders daar waren.

(...)

De advocaat-generaal voert andermaal het woord:

(...)

Voor wat betreft de vordering van de benadeelde partij ben ik van oordeel dat de door politie veroorzaakte schade rechtstreekse schade betreft ten gevolge van het strafbare feit. Ik persisteer bij alles wat ik gevorderd heb."

Het Hof heeft de vordering van de benadeelde partij toegewezen tot een bedrag van € 1.750,- en heeft daartoe het volgende overwogen:

"Vordering van de benadeelde partij [betrokkene 1]

De benadeelde partij [betrokkene 1] heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 2.026,23, te vermeerderen met de wettelijke rente. De vordering van de benadeelde partij is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 663,68, te vermeerderen met de wettelijke rente. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [betrokkene 1] als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden, te weten schade aan twee deuren (€ 2.017,55) en reiskosten naar slachtofferhulp (€ 8,68). Het hof acht de gevorderde schade aan de deuren voor toewijzing vatbaar, met dien verstande dat het schattenderwijs een aftrek zal toepassen wegens gebleken verbetering van oud tot nieuw. Het hof zal derhalve het totale bedrag van de schadevergoeding, inclusief de reiskosten, vaststellen op € 1.750,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 juli 2015. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.

Het hof is van oordeel dat voor het overige de vordering van de benadeelde partij dient te worden afgewezen."

Het middel klaagt onder meer over de juistheid en de begrijpelijkheid van het oordeel van het Hof dat de benadeelde partij de gevorderde schade rechtstreeks door het bewezenverklaarde feit heeft geleden.

Een benadeelde partij kan in het strafproces vergoeding vorderen van de schade die zij door een strafbaar feit heeft geleden, indien voldoende verband bestaat tussen het bewezenverklaarde handelen van de verdachte en de schade om te kunnen aannemen dat de benadeelde partij door dit handelen rechtstreeks schade heeft geleden. Voor de beantwoording van de vraag of daarvan sprake is, zijn de concrete omstandigheden van het geval bepalend. (Vgl. HR 22 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:959.)

Het Hof heeft geoordeeld dat tussen het bewezenverklaarde handelen van de verdachte - kort gezegd: een poging tot woninginbraak in vereniging - en de schade die de benadeelde partij heeft gevorderd, voldoende verband bestaat in de hiervoor onder 2.5 bedoelde zin. Bezien in het licht van de bewezenverklaring en in aanmerking genomen hetgeen hiervoor onder 2.3 is weergegeven, geeft dat oordeel niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Dat oordeel is ook niet onbegrijpelijk, ook niet voor zover het betreft de door de benadeelde partij met betrekking tot de paneeldeur op de bovenverdieping geleden schade, nu het Hof kennelijk heeft geoordeeld dat die schade is ontstaan doordat de politie op zoek was naar (mede)daders van de inbraak, die zich mogelijkerwijs nog op die bovenverdieping achter die geforceerde deur in de woning van de benadeelde partij bevonden. Anders dan het middel betoogt, doet daaraan niet af dat de schade door het optreden van de politie is ontstaan.

Het middel is tevergeefs voorgesteld.

3. Beoordeling van de middelen voor het overige

De middelen kunnen ook voor het overige niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen in zoverre niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 december 2018.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl NJB 2019/28 RvdW 2019/103 TPWS 2019/44 NJ 2019/378 met annotatie van S.D. Lindenbergh
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?