ECLI:NL:HR:2018:2347

ECLI:NL:HR:2018:2347, Hoge Raad, 18-12-2018, 18/02165

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 18-12-2018
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 18/02165
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Herziening
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2018:1417
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 4 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001903 BWBR0002415

Samenvatting

Herziening. Onverzekerd rijden in bedrijfsauto (art. 30.4 WAM). Aangevoerd wordt dat auto op pleegdatum wel verzekerd was. HR: Op gronden vermeld in CAG kan aangevoerde niet worden aangemerkt als een gegeven a.b.i. art. 457.1.c Sv. Afwijzing aanvraag. CAG: Uit bij de herzieningsaanvraag overgelegde stukken (verklaring ex art. 34 WAM van verzekeraar en afdruk van overboeking aan verzekeraar) blijkt dat het voertuig verzekerd was op de bewezenverklaarde datum. In door griffie van HR ontvangen strafdossier van Rb bevindt zich echter een kopie van de verklaring ex art. 34 WAM van verzekeraar. Die kopie komt geheel overeen met de kopie van de verklaring zoals bij de herzieningsaanvraag is gevoegd. De verklaring dateert van vóór vonnis van Ktr. Gelet hierop kan niet worden gezegd dat Ktr met die verklaring niet bekend was. Aan de bij herzieningsverzoek gehechte stukken kan dus niet het vermoeden worden ontleend dat Ktr, als hij met door aanvrager vermelde gegevens bekend was geweest, aanvrager van het tlgd. zou hebben vrijgesproken. CAG wijst nog op mogelijkheid gratieverzoek.

Uitspraak

18 december 2018

Strafkamer

nr. S 18/02165 H

EC/CB

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Kantonrechter in de Rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Assen, van 13 november 2017, nummer 96/090582-17, ingediend door H.A. Jonker-van Dijk, advocaat te Beilen, namens:

[aanvrager] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983.

1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

De Kantonrechter heeft de aanvrager ter zake van "overtreding van het bepaalde in artikel 30 lid 4 Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen" (hierna: WAM), begaan op 20 april 2017, met het motorrijtuig met het [kenteken], bij verstek veroordeeld tot een geldboete van € 650,-, subsidiair 13 dagen hechtenis, met ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 4 maanden.

2. De aanvraag tot herziening

De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De aanvraag berust op de stelling dat sprake is van een gegeven als bedoeld in art. 457, eerste lid, aanhef en onder c, Sv aangezien uit de bij de aanvraag gevoegde verklaring van FBTO van 9 oktober 2017 blijkt tot op 20 april 2017 voor voormeld motorrijtuig wel een verzekering overeenkomstig de WAM van kracht was.

3. De conclusie van de Advocaat-Generaal

De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de aanvraag zal afwijzen.

De raadsvrouwe van de aanvrager heeft daarop schriftelijk gereageerd.

4. Beoordeling van de aanvraag

Als grondslag voor een herziening kan, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid aanhef en onder c van art. 457 Sv slechts dienen een door bescheiden gestaafd gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat het ernstige vermoeden wekt dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid hetzij tot een vrijspraak van de gewezen verdachte, hetzij tot een ontslag van alle rechtsvervolging, hetzij tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot de toepassing van een minder zware strafbepaling.

Op de door de Advocaat-Generaal in haar conclusie onder 2.4 en 2.5 vermelde gronden kan het in de aanvraag aangevoerde niet worden aangemerkt als een gegeven als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder c, Sv. De aanvraag is dus ongegrond en moet ingevolge art. 470 Sv worden afgewezen.

Hieruit volgt dat het in de aanvraag aangevoerde niet kan worden aangemerkt als een gegeven als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder c, Sv. De aanvraag is dus ongegrond en moet ingevolge art. 470 Sv worden afgewezen.

5. Beslissing

De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 december 2018.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl RvdW 2019/136
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?