21 december 2018
Eerste Kamer
17/05117
TT/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
MATAK B.V., voorheen geheten KWS B.V.,gevestigd te Vianen,
EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. B.T.M. van der Wiel,
t e g e n
LIANDER N.V.,gevestigd te Arnhem,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. H.J.W. Alt.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Matak en Liander.
1. Het geding
Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar:
a. het arrest in de zaak 13/04294 van de Hoge Raad van 21 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3350;
b. het arrest in de zaak 200.194.393/01 van het gerechtshof Den Haag van 1 augustus 2017.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het tweede geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof Den Haag van 1 augustus 2017 heeft Matak beroep in cassatie ingesteld. Liander heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De procesinleiding en het verweerschrift tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor Matak mede door mr. L.V. van Gardingen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het principaal beroep.
De advocaten van partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel in het principale beroep
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt Matak in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Liander begroot op € 854,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, M.V. Polak, C.E. du Perron en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 21 december 2018.