16 januari 2018
Strafkamer
nr. S 16/01129
AGE/DAZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 25 september 2015, nummer 20/003606-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft L. van Poucke, advocaat te Best, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van het eerste middel
Het middel klaagt over schending van het aanwezigheidsrecht van de verdachte en bevat onder meer de klacht dat het Hof ten onrechte verstek heeft verleend tegen de niet-verschenen verdachte, aangezien in strijd met art. 588a, eerste lid aanhef en onder c, Sv geen afschrift van de appeldagvaarding is verzonden naar het kantooradres van de raadsvrouwe. Het middel klaagt niet over niet-naleving van art. 51 (oud) Sv.
De klacht berust op de opvatting dat indien een raadsman van een verdachte aan de griffie van het gerecht schriftelijk heeft verzocht om toezending van een afschrift van het procesdossier en aldus zijn kantooradres heeft opgegeven, dat adres heeft gelden als adres waaraan op grond van art. 588a, eerste lid aanhef en onder c, Sv een afschrift van de appeldagvaarding dient te worden gezonden.
De opvatting waarop de klacht berust, vindt geen steun in het recht (vgl. HR 19 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3190).
De klacht faalt.
3. Beoordeling van de middelen voor het overige
De middelen kunnen ook voor het overige niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen in zoverre niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink, E.S.G.N.A.I. van de Griend, M.J. Borgers en M.T. Boerlage, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 januari 2018.