18 mei 2018
Eerste Kamer
18/00002
TT/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoekster],wonende op een geheim adres,
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. F.I. van Dorsser,
tegen
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoekster] en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/03/16/424 R van de rechtbank Limburg van 26 april 2017;
b. de arresten in de zaak 200.215.385/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 15 juni 2017 en 21 december 2017.
Het arrest van het hof van 21 december 2017 is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof van 21 december 2017 heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest en het aanvullend verzoekschrift zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
[verweerder] heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verzoekster] heeft bij brief van 13 maart 2018 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.J. Kroeze en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 18 mei 2018.