ECLI:NL:HR:2019:1144

ECLI:NL:HR:2019:1144, Hoge Raad, 09-07-2019, 17/04923

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 09-07-2019
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 17/04923
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2019:757
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 10 zaken
Aangehaald door 10 zaken
6 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854 BWBR0001903 BWBR0002063 BWBR0003245 BWBR0005829

Samenvatting

Medeplegen diefstal d.m.v. braak (art. 311.1 Sr). Dubbel verstek. Aanhoudingsverzoek niet gemachtigde raadsman, die geen contact meer heeft met verdachte, ttz. op de grond dat hij alsnog machtiging verkrijgt, door Hof afgewezen o.g.v. overweging dat belang voortvarende rechtspleging prevaleert boven belang verdachte bij aanhouding. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2018:1934, inhoudende dat aanhoudingsverzoek kan worden gedaan door verdachte, gemachtigde raadsman of niet gemachtigde raadsman (met het oog op effectuering aanwezigheidsrecht verdachte of t.b.v. alsnog verkrijgen machtiging), dat rechter (als geval dat aan verzoek ten grondslag gelegde omstandigheid niet aannemelijk is zich niet voordoet) belangenafweging dient te maken tussen aanwezigheidsrecht verdachte en belang bij doeltreffende en spoedige berechting en dat rechter i.g.v. afwijzing van verzoek in motivering van zijn beslissing blijk dient te geven van deze belangenafweging, terwijl die motivering in cassatie slechts op haar begrijpelijkheid kan worden getoetst. Hof heeft verzoek tot aanhouding van behandeling van onderzoek ttz. in h.b. afgewezen omdat belang van voortvarende rechtspleging prevaleert boven belang van verdachte bij aanhouding van behandeling van zaak. Dat oordeel is, gelet op wat is vooropgesteld, niet onbegrijpelijk. Dat oordeel is ook toereikend gemotiveerd, in aanmerking genomen dat raadsman in de kern slechts heeft aangevoerd dat hij namens verdachte h.b. heeft ingesteld, dat hij geen contact meer heeft met verdachte en dat verdachte niet heeft gereageerd op uitnodiging voor gesprek. Volgt verwerping.

Uitspraak

9 juli 2019

Strafkamer

nr. S 17/04923

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 1 oktober 2013, nummer 21/004751-13, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van het middel

Het middel klaagt over de afwijzing van het verzoek van de niet op de voet van art. 279 Sv gemachtigde raadsman tot aanhouding van de behandeling van de zaak ten behoeve van het alsnog verkrijgen van zo een machtiging.

Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep houdt het volgende in:

"De verdachte (...)

is niet verschenen.

Ter terechtzitting is aanwezig mr. T. den Haan, advocaat te Amsterdam, die verklaart niet uitdrukkelijk door verdachte te zijn gemachtigd de verdediging te voeren.

Op vordering van de advocaat-generaal verleent het hof verstek tegen de niet verschenen verdachte en beveelt dat met de behandeling van de zaak zal worden voortgegaan.

(...)

De raadsman verklaart, zakelijk weergegeven:

Ik verzoek u om de behandeling van deze zaak aan te houden. Ik wil proberen een machtiging van mijn cliënt te krijgen, zodat ik namens hem de verdediging kan voeren. Mijn cliënt en ik zijn in eerste aanleg ter zitting verschenen, maar mijn cliënt was toen te laat en ik was niet gemachtigd om hem ter zitting te verdedigen. De zaak is toen buiten aanwezigheid van mijn cliënt behandeld.

Ik heb namens mijn cliënt hoger beroep aangetekend tegen het in eerste aanleg gewezen vonnis. Ik heb geen contact meer met mijn cliënt. Ik heb hem wel uitgenodigd voor een gesprek, maar hij heeft daarop niet gereageerd. Een medeverdachte heeft gezegd dat hij nog wel contact heeft met mijn cliënt.

(...)

Na beraad wordt het onderzoek hervat en deelt de voorzitter als beslissing van het hof mede dat de omstandigheid dat de raadsman wil proberen om door verdachte gemachtigd te worden om namens hem de verdediging te voeren, onvoldoende is om het verzoek om aanhouding van de behandeling toe te wijzen. Het hof wijst het verzoek dan ook af omdat de noodzaak daartoe ontbreekt en het belang van een voortvarende rechtspleging prevaleert boven het belang van de verdachte bij aanhouding van de behandeling van de zaak."

Een verzoek tot aanhouding van het onderzoek ter terechtzitting kan ter terechtzitting worden gedaan door de verdachte of diens op de voet van art. 279 Sv gemachtigde raadsman. Ook de raadsman die niet is gemachtigd tot het voeren van de verdediging van de ter terechtzitting niet-verschenen verdachte, kan ter terechtzitting een verzoek tot aanhouding van het onderzoek ter terechtzitting doen voor zover dat verzoek wordt gedaan met het oog op de effectuering van het aanwezigheidsrecht van de verdachte of ten behoeve van het alsnog verkrijgen van de in art. 279, eerste lid, Sv bedoelde machtiging. Overeenkomstig art. 329 en 330 Sv wordt beslist op het verzoek nadat het openbaar ministerie daaromtrent is gehoord.

Indien zich niet het geval voordoet dat de aan het verzoek ten grondslag gelegde omstandigheid niet aannemelijk is geoordeeld, dient de rechter een afweging te maken tussen alle bij aanhouding van het onderzoek ter terechtzitting betrokken belangen. Het gaat daarbij om het belang van de verdachte bij het kunnen uitoefenen van zijn in art. 6, derde lid onder c, EVRM gewaarborgde aanwezigheidsrecht - waaronder het recht om zich in zijn afwezigheid ter terechtzitting door een daartoe uitdrukkelijk gemachtigde raadsman te doen verdedigen - en, kort gezegd, het belang dat niet alleen de verdachte maar ook de samenleving heeft bij een doeltreffende en spoedige berechting. Van deze afweging, waarbij de aan het verzoek tot aanhouding ten grondslag gelegde gronden moeten worden betrokken, dient de rechter in geval van afwijzing van het verzoek blijk te geven in de motivering van zijn beslissing. In cassatie kan die motivering slechts op haar begrijpelijkheid worden getoetst. (Vgl. HR 16 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1934.)

Het Hof heeft het verzoek tot aanhouding van de behandeling van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep afgewezen omdat het belang van een voortvarende rechtspleging prevaleert boven het belang van de verdachte bij aanhouding van de behandeling van de zaak. Dat oordeel is, gelet op wat onder 2.3 is vooropgesteld, niet onbegrijpelijk. Dat oordeel is ook toereikend gemotiveerd, in aanmerking genomen dat de raadsman in de kern slechts heeft aangevoerd dat hij namens de verdachte hoger beroep heeft ingesteld, dat hij geen contact meer heeft met de verdachte en dat de verdachte niet heeft gereageerd op een uitnodiging voor een gesprek.

Het middel faalt.

3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Gelet op de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van vier weken, waarvan twee weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, en de mate waarin de redelijke termijn is overschreden, is er geen aanleiding om aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden en zal de Hoge Raad met dat oordeel volstaan.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink, A.L.J. van Strien, M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juli 2019.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl RvdW 2019/864 NJB 2019/1760 SR-Updates.nl 2019-0302 NJ 2020/26 met annotatie van P. Mevis NbSr 2019/264
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?