ECLI:NL:HR:2019:1366

ECLI:NL:HR:2019:1366, Hoge Raad, 08-10-2019, 18/00015

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 08-10-2019
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 18/00015
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2019:1028
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 13 zaken
Aangehaald door 1 zaken
7 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854 BWBR0002063 BWBR0003245 BWBR0022762 BWBR0024779 BWBR0027464

Samenvatting

Economische zaak. Zonder vergunning uitvoeren van werkzaamheden m.b.t. bedrijfsafvalstoffen (“slobs”). Witwassen van geldbedragen (€ 1.356.840,-) begaan door rechtspersoon, art. 420bis.1.b Sr. 1. Kan uit bewijsvoering volgen dat geldbedragen criminele herkomst hadden en dat verdachte van die herkomst heeft geweten? 2. Strafmotivering, art. 23.7 (oud) Sr en hoogte strafkorting in het licht van overschrijding redelijke termijn. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 17/06128 E, 18/00012 E en 18/00014 E.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/00015

Datum 8 oktober 2019

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag, Economische Kamer, van 4 december 2017, nummer 22/001768-14, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

gevestigd te Dordrecht,

hierna: de verdachte.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en I.N. Weski, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde geldboete, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De raadslieden hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2. Beoordeling van het eerste en het tweede middel

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Beoordeling van het derde middel

Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.

Het middel is gegrond. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde geldboete van € 100.000,-.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde geldboete;

- vermindert de geldboete in die zin dat deze € 97.500,- bedraagt;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 oktober 2019.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl RvdW 2019/1096
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?