2. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Als de in cassatie in het ongelijk gestelde partij dient [eiser] te worden verwezen in de proceskosten. [verweerster] heeft op de voet van art. 1019h Rv vergoeding van de kosten in cassatie gevorderd. Daarop zijn van toepassing de Indicatietarieven in IE-zaken Hoge Raad. De onderhavige zaak dient in de zin van die regeling te worden aangemerkt als een eenvoudige zaak, waarvoor het indicatietarief € 10.000,-- bedraagt. [verweerster] maakt aanspraak op een bedrag van € 7.799,45 inclusief btw. Blijkens de door [verweerster] overgelegde specificatie gaat het daarbij uitsluitend om de door de advocaat in cassatie verrichte werkzaamheden. Nu [eiser] laatstgenoemd bedrag niet heeft bestreden en dit bedrag ligt beneden het hiervoor genoemde indicatietarief, zal het gevorderde bedrag als hierna te melden worden toegewezen.
3. Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 400,34 aan verschotten en € 7.799,45,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 22 november 2019.