12 maart 2019
Strafkamer
nr. S 16/05555 B
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 2 november 2016, nummer RK 15/75, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[klaagster] , gevestigd te [vestigingsplaats] .
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze hebben J.L. Baar, advocaat te Utrecht, en D.J.G.J. Cornelissen, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot zodanige beslissing met betrekking tot terug- of verwijzen als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.
2. Beoordeling van het middel
Het middel komt op tegen de ongegrondverklaring van het beklag voor zover dat strekt tot opheffing van het conservatoir beslag op vorderingen die de klaagster heeft op de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. Het klaagt in het bijzonder over het oordeel van de Rechtbank dat is voldaan aan de in art. 94a, vierde lid, Sv gestelde eis van het kennelijke doel de uitwinning van voorwerpen te bemoeilijken of te verhinderen.
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal, in het bijzonder onder 3.10 tot en met 3.12, is het middel terecht voorgesteld.
3. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden beschikking;
wijst de zaak terug naar de Rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, opdat de zaak op het bestaande klaagschrift opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 maart 2019.