ECLI:NL:HR:2019:363

ECLI:NL:HR:2019:363, Hoge Raad, 15-03-2019, 17/05607

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 15-03-2019
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 17/05607
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2018:1372
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 24 zaken
Aangehaald door 13 zaken
6 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0002320 BWBR0005537 BWBR0006324 BWBR0006358 BWBR0032634

Samenvatting

Procesrecht; art. 78, lid 4, Wet RO, art. 8:54 en 8:55 Awb en art. 28 AWR; geen beroep in cassatie tegen gegrond verzet; afwijzing verzoek om vergoeding proceskosten verzet in hoger beroep alsnog aan de orde te stellen.

Uitspraak

15 maart 2019

Nr. 17/05607

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Rechtbank Gelderland van 17 oktober 2017, nrs. AWB 16/7406 tot en met AWB 16/7408, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Gelderland van 5 april 2017, nrs. AWB 16/7406 tot en met AWB 16/7408. De uitspraak van de Rechtbank op het verzet is aan dit arrest gehecht.

1. Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank op het verzet beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

De Advocaat-Generaal R.L.H. IJzerman heeft op 12 december 2018 geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep in cassatie. (ECLI:NL:PHR:2018:1372).

Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

Belanghebbende heeft bij de Rechtbank beroep ingesteld tegen door de Inspecteur gedane uitspraken op bezwaren die belanghebbende had gemaakt tegen drie aan hem opgelegde naheffingsaanslagen in de motorrijtuigenbelasting. Op 5 april 2017 heeft de Rechtbank die beroepen met toepassing van artikel 8:54 Awb bij in één geschrift vervatte uitspraken niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.

De Rechtbank heeft bij haar in cassatie bestreden uitspraak van 17 oktober 2017 het verzet van belanghebbende tegen de uitspraken van 5 april 2017 met toepassing van artikel 8:55 Awb gegrond verklaard. Daarbij heeft de Rechtbank geoordeeld dat aan belanghebbende niet een vergoeding moet worden toegekend voor de kosten die hij in verband met de behandeling van het verzet heeft moeten maken. Volgens de Rechtbank vloeide de noodzaak tot het doen van verzet uitsluitend voort uit de handelwijze van belanghebbende.

Op grond van artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie in samenhang gelezen met artikel 28, lid 2, AWR staat tegen de uitspraak van de rechtbank op verzet in een belastingzaak alleen beroep in cassatie open indien het verzet a) niet-ontvankelijk is verklaard, of b) ongegrond is verklaard. Geen beroep in cassatie staat open tegen een uitspraak van de rechtbank waarbij het verzet gegrond is verklaard (vgl. HR 17 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:460). Dat wordt niet anders indien een uitspraak op verzet tevens een beslissing bevat op een verzoek om vergoeding van de kosten die in verband met de behandeling van het verzet zijn gemaakt.

Opmerking verdient dat het voorgaande niet meebrengt dat tegen een dergelijke beslissing van de rechtbank geen enkel rechtsmiddel openstaat.

De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 12 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:225, rechtsoverweging 1.2, geoordeeld dat het de rechtbank vrijstaat om een veroordeling in de proceskosten wegens de gegrondverklaring van het verzet pas vast te stellen in de uitspraak waarin na de gegrondverklaring van het verzet op het beroep wordt beslist, maar dat het de voorkeur verdient dat de rechtbank een eventuele veroordeling in die kosten al opneemt in de uitspraak waarin zij op het verzet beslist. Hetzelfde geldt met betrekking tot een beslissing van de rechtbank om de inspecteur niet te veroordelen in de kosten van het verzet.

Als de rechtbank bij gegrondverklaring van het verzet in de uitspraak op dat verzet tevens beslist over de kosten van het verzet staat tegen die uitspraak – gelet op hetgeen hiervoor in 2.2 is overwogen – geen rechtsmiddel open. Beslist de rechtbank daarover pas in haar uitspraak waarin na de gegrondverklaring van het verzet op het beroep wordt beslist, dan kan tegen die beslissing worden opgekomen door het instellen van hoger beroep tegen die uitspraak. Zonder nadere voorziening zou dit tot gevolg hebben dat de keuze van de rechtbank om over de kosten van het verzet al dan niet te beslissen in de uitspraak op het verzet, een verschil in rechtsbescherming doet ontstaan met betrekking tot die beslissing. Om dit onwenselijke gevolg weg te nemen, moet in gevallen waarin de rechtbank het verzet gegrond verklaart en in diezelfde uitspraak beslist over de kosten van het verzet, die beslissing voor de toepassing van de regeling voor het hoger beroep worden geacht deel uit te maken van de uitspraak van de rechtbank waarin na het verzet op het beroep wordt beslist. Daardoor kan ook in die gevallen de beslissing over de kosten van het verzet ter discussie worden gesteld door hoger beroep tegen die uitspraak in te stellen.

Gelet op hetgeen hiervoor in 2.2 is overwogen, moet het beroep in cassatie niet-ontvankelijk worden verklaard.

3. Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt, L.F. van Kalmthout, M.E. van Hilten en E.F. Faase, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 15 maart 2019.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl V-N Vandaag 2019/605 NLF 2019/0661 met annotatie van Iris de Roos V-N 2019/15.16 BNB 2019/76 met annotatie van F.J.P.M. Haas NJB 2019/1076 FED 2019/107 met annotatie van M.H.W.N. Lammers NTFR 2019/756 met annotatie van Mr. M.B. Weijers FutD 2019-0723 Viditax (FutD) 2019031527
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?