HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 18/01047
Datum 18 juni 2019
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Den Haag van 6 februari 2018, nummer RK 17/4849, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door
door
[klaagster],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,
hierna: de klaagster.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft J.L. Baar, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 juni 2019.