ECLI:NL:HR:2020:1024

ECLI:NL:HR:2020:1024, Hoge Raad, 16-06-2020, 19/03045

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 16-06-2020
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 19/03045
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Artikel 81 RO-zaken
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2020:404
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 15 zaken
Aangehaald door 4 zaken
13 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854 BWBR0001903 BWBR0001941 BWBR0002063 BWBR0030250 BWBR0032334 BWBR0032626 BWBR0035217 BWBR0035238 BWBR0035248 CELEX:31998L0058 EU:31998L0058

Samenvatting

Economische zaak. Wet Dieren. Middelen over de kwalificaties van het kort gezegd overtreden van bepalingen in art. 2.2 Wet Dieren als economisch delict en het (voorwaardelijk) opzet op het onvolledig bijhouden van een register, art. 2.2 lid 10 onder I Wet Dieren jo. art. 2.10 Besluit houders van dieren. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 19/03041 en 19/03042.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/03045 E

Datum 16 juni 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam, economische kamer, van 24 oktober 2018, nummer 23/003637-16, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1939,

hierna: de verdachte.

1. Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.S. Nan, advocaat te ’s‑Gravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Bij brief van 11 november 2019 heeft de raadsman het eerste middel ingetrokken.

De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2. Beoordeling van het tweede en het derde cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 juni 2020.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl RvdW 2020/804
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?