2. Uitgangspunten en feiten
In cassatie kan worden uitgegaan van de feiten en omstandigheden vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 1.1-1.26.
Op verzoek van [verweerster] heeft de ondernemingskamer het besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders van GGN Brabant tot vaststelling van de jaarrekening over het jaar 2016 vernietigd. Voorts heeft de ondernemingskamer GGN Brabant bevolen haar jaarrekening over het jaar 2016 en alle volgende jaarrekeningen in te richten met inachtneming van de in onderdeel 4 van de beschikking van de ondernemingskamer vermelde aanwijzingen. Tot die aanwijzingen behoort de aanwijzing onder (b), die luidt:
“GGN Brabant dient het eigen vermogen (nominaal kapitaal en agio) in de balans te verantwoorden met uitsluiting van de van [verweerster] ingekochte aandelen A;”
Deze beslissing bouwt voort op rov. 3.30, waar de ondernemingskamer heeft geoordeeld dat GGN Brabant is gehouden het eigen vermogen (nominaal aandelenkapitaal en agiorekening) in haar balans aan te passen en dit voor zover nodig toe te lichten.
3. Beoordeling van het middel
Onderdeel 3 van het middel klaagt dat het oordeel van de ondernemingskamer in rov. 3.30 en haar aanwijzing in rov. 4 onder (b) in strijd met de wet en dus onjuist zijn, omdat het kapitaal van een vennootschap niet wordt verminderd met het bedrag van eigen aandelen of certificaten van aandelen die de rechtspersoon (of een dochtermaatschappij) houdt (art. 2:373 lid 3 BW). In overeenstemming hiermee wordt ook het kapitaal van een vennootschap niet verminderd waar eigen aandelen zullen worden of zijn ingekocht, maar nog niet zijn geleverd. Dit heeft de ondernemingskamer miskend, aldus de klacht.
Deze klacht slaagt op de gronden vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3.56 en 3.58.
De overige klachten van het middel kunnen niet tot cassatie leiden. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie art. 81 lid 1 RO).
De Hoge Raad kan zelf de zaak afdoen door de bestreden beslissing te verbeteren als hierna te vermelden.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de beschikking van het gerechtshof Amsterdam van 28 juni 2018, maar uitsluitend voor zover GGN Brabant is bevolen haar jaarrekening over het jaar 2016 en alle volgende jaarrekeningen aldus in te richten dat het eigen vermogen (nominaal kapitaal en agio) in de balans wordt verantwoord met uitsluiting van de van [verweerster] ingekochte aandelen A;
- bepaalt dat GGN Brabant wordt bevolen haar jaarrekening over het jaar 2016 en alle volgende jaarrekeningen aldus in te richten dat het eigen vermogen (agio) in de balans wordt verantwoord met uitsluiting van de van [verweerster] ingekochte aandelen A;
- veroordeelt [verweerster] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van GGN Brabant begroot op € 865,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [verweerster] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek, C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 26 juni 2020.