ECLI:NL:HR:2020:1246

ECLI:NL:HR:2020:1246, Hoge Raad, 10-07-2020, 19/04676

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 10-07-2020
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 19/04676
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2020:416
Formele relatie: ECLI:NL:GHSHE:2019:2551
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 11 zaken
Aangehaald door 1 zaken
6 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0001830 BWBR0001860 BWBR0003045 BWBR0005289 BWBR0005291

Samenvatting

Cassatieprocesrecht. Vervolg op HR 23 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2172. Vorderingen tegen vennootschap en tegen bestuurder daarvan in verband met faillissement van (voormalige) dochtervennootschap. Oordeel dat subsidiaire vordering wegens onrechtmatig handelen alleen tegen vennootschap is gericht; art. 6:162 BW en art. 2:11 BW; begrijpelijkheid.

Uitspraak

2. Uitgangspunten en feiten

In cassatie kan worden uitgegaan van de feiten en omstandigheden vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 1.1-1.9.

De curator heeft primair gevorderd dat [verweerster 1] en [verweerder 2] hoofdelijk worden veroordeeld tot betaling van het nader vast te stellen tekort in het faillissement van [A], waartoe de curator zich heeft beroepen op art. 2:248 lid 1 BW in verbinding met art. 2:11 BW. Subsidiair heeft de curator gevorderd hoofdelijke veroordeling van [verweerster 1] en [verweerder 2] tot vergoeding van de schade wegens onrechtmatig handelen jegens de schuldeisers in het faillissement van [A], nader op te maken bij staat. Meer subsidiair heeft de curator gevorderd dat voor recht wordt verklaard dat het dividendbesluit en de dividenduitkering van 29 februari 2008 nietig zijn, dan wel dat deze worden vernietigd, en veroordeling van [verweerster 1] tot terugbetaling van de aan haar verrichte dividenduitkering van € 165.000,--, waartoe de curator zich heeft beroepen op art. 2:216 leden 2-4 (oud) BW en art. 42 en 47 Fw.

De rechtbank Arnhem heeft de primaire vordering van de curator toegewezen.

Het hof Arnhem-Leeuwarden heeft de vorderingen van de curator afgewezen.

De Hoge Raad heeft het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden vernietigd en het geding ter verdere behandeling en beslissing verwezen naar het hof ’s-Hertogenbosch.

Het hof ’s-Hertogenbosch heeft het vonnis van de rechtbank Arnhem vernietigd, [verweerster 1] veroordeeld tot betaling van het (hiervoor in 2.2 vermelde) bedrag van € 165.000,--, met rente, en het meer of anders gevorderde afgewezen. Daartoe heeft het hof, voor zover in cassatie van belang, als volgt overwogen.

De primaire vordering van de curator moet alsnog aan hem worden ontzegd. (rov. 4.3)

De subsidiaire vordering van de curator is toewijsbaar als in het dictum wordt vermeld. De subsidiaire en meer subsidiaire grondslagen van deze vordering van de curator hebben alleen betrekking op [verweerster 1], zodat deze vorderingen alleen ten laste van haar kunnen worden toegewezen. ((eerste) rov. 4.4)

3. Beoordeling van het middel

Het middel klaagt onder meer dat onbegrijpelijk is het oordeel van het hof dat de grondslag van de subsidiaire vordering alleen betrekking heeft op [verweerster 1] en niet ook op [verweerder 2]. Volgens het middel is in het verlengde daarvan eveneens onbegrijpelijk dat het hof de subsidiaire vordering alleen ten aanzien van [verweerster 1] heeft toegewezen.

De subsidiaire vordering van de curator strekt tot hoofdelijke veroordeling van [verweerster 1] en [verweerder 2] tot vergoeding van schade wegens onrechtmatig handelen (zie hiervoor in 2.2). Uit de door het middel aangehaalde stellingen volgt dat de curator aan deze vordering ten grondslag heeft gelegd, kort gezegd, dat [verweerster 1] onrechtmatig heeft gehandeld en dat, indien dat zo is, op grond van art. 2:11 BW ook [verweerder 2] hiervoor aansprakelijk is.In het licht hiervan is het oordeel van het hof dat de grondslag van de subsidiaire vordering alleen betrekking heeft op [verweerster 1] en dat om die reden de subsidiaire vordering ten aanzien van [verweerder 2] niet kan worden toegewezen, onbegrijpelijk. De hiervoor in 3.1 weergegeven klacht slaagt.

De overige klachten van het middel behoeven geen behandeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 16 juli 2019;

- verwijst het geding naar het gerechtshof Amsterdam ter verdere behandeling en beslissing;

- veroordeelt [verweerster 1] en [verweerder 2] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op € 516,19 aan verschotten en € 2.600,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [verweerster 1] en [verweerder 2] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 10 juli 2020.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl INS-Updates.nl 2020-0198 OR-Updates.nl 2020-0266 NJB 2020/1900 RvdW 2020/885 JONDR 2020/818
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?