ECLI:NL:HR:2020:158

ECLI:NL:HR:2020:158, Hoge Raad, 31-01-2020, 19/02427

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 31-01-2020
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 19/02427
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Artikel 81 RO-zaken
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:GHSHE:2019:2176
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 4 zaken
Aangehaald door 1 zaken
4 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0002320 BWBR0005537 BWBR0006358

Samenvatting

HR: 81.1 RO.

Uitspraak

2. Het tweede geding in cassatie

Zowel belanghebbende als het dagelijks bestuur van het Gemeenschappelijk Belastingkantoor Lococensus-Tricijn (hierna: GBLT) heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.

GBLT heeft een verweerschrift ingediend.

Namens partijen is de zaak toegelicht, voor belanghebbende zowel schriftelijk als mondeling door A.E.H. van der Voort Maarschalk en C. Presilli, advocaten te Amsterdam, en voor het GBLT mondeling door A.G. Hendriks, advocaat te Rotterdam.

3. Beoordeling van de door belanghebbende aangevoerde klachten

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

4. Beoordeling van de door GBLT aangevoerde klachten

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

5. Proceskosten

Wat betreft het beroep in cassatie van GBLT zal GBLT worden veroordeeld tot vergoeding van de kosten die belanghebbende voor het geding in cassatie heeft moeten maken.

Wat betreft het beroep in cassatie van de belanghebbende ziet de Hoge Raad geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

6. Beslissing

De Hoge Raad:

- verklaart beide beroepen in cassatie ongegrond, en

- veroordeelt het dagelijks bestuur van het Gemeenschappelijk Belastingkantoor Lococensus-Tricijn in de kosten van belanghebbende voor het geding in cassatie, vastgesteld op € 1.050 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Dit arrest is gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra, J. Wortel, A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 31 januari 2020.

Van het dagelijks bestuur van het Gemeenschappelijk Belastingkantoor Lococensus-Tricijn wordt een griffierecht geheven van € 519.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl V-N Vandaag 2020/260 V-N 2020/9.24.6 Belastingblad 2020/108 met annotatie van L.J. Boone FutD 2020-0325 Viditax (FutD) 2020013118
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?