2. Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervanis dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Als de in cassatie in het ongelijk gestelde partij dienen Montis c.s. te worden verwezen in de proceskosten. Klaver c.s. hebben op de voet van art. 1019h Rv vergoeding van de kosten in cassatie gevorderd. Daarop zijn van toepassing de Indicatietarieven in IE-zaken Hoge Raad 2017. Deze zaak dient in de zin van die regeling te worden aangemerkt als een normale zaak. Voor de verweerder geldt in dat geval een tarief van maximaal € 20.000,--. Klaver c.s. maken aanspraak op een bedrag van € 14.807,74 voor salaris alsmede € 885,25 aan verschotten. Nu de specificatie van Klaver c.s. voldoet aan de vereisten onder 5 van de Indicatietarieven in IE-zaken Hoge Raad en genoemd bedrag aan salaris beneden het hiervoor genoemde maximum indicatietarief ligt, zal het gevorderde bedrag als hierna te melden worden toegewezen.
3. Beslissing
De Hoge Raad:
Dit arrest is gewezen door de raadsheren G. Snijders, als voorzitter, M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.H. Sieburgh op 9 oktober 2020.