ECLI:NL:HR:2020:1948

ECLI:NL:HR:2020:1948, Hoge Raad, 18-12-2020, 19/05004

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 18-12-2020
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 19/05004
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:GHDHA:2019:2538
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 8 zaken
Aangehaald door 2 zaken
7 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0001830 BWBR0001860 BWBR0002656 BWBR0003045 BWBR0006358 BWBR0011353

Samenvatting

Inkomstenbelasting. Art. 4.12 Wet IB 2001. Regulier voordeel uit aanmerkelijk belang. Vormde kwijtschelding van rentevordering van BV op aandeelhouder een uitdeling van winst? Verband met ECLI:NL:HR:2020:1949.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 19/05004

Datum 18 december 2020

ARREST

in de zaak van

[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)

tegen

de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 18 september 2019, nr. BK-18/01096 op het hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. SGR 18/4045) betreffende ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikkingen als bedoeld in artikel 6.2a, lid 1, en artikel 4.52, lid 1, van de Wet IB 2001. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

1. Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend.

2. Beoordeling van de klachten

Voor het Hof was onder meer in geschil of de Inspecteur voor het jaar 2014 terecht bij belanghebbende een bedrag van € 54.940 als inkomen uit aanmerkelijk belang in aanmerking heeft genomen.

Het Hof heeft de hiervoor in 2.1 weergegeven vraag bevestigend beantwoord. Het heeft daartoe overwogen dat het bij zijn uitspraak van 18 september 2019 in de zaak met nummer BK-18/01097 heeft geoordeeld dat de kwijtschelding van het bedrag van € 54.940 door [E] B.V. aan belanghebbende moet worden aangemerkt als een uitdeling van winst. Het Hof heeft vervolgens geoordeeld dat deze uitdeling van winst bij belanghebbende in de heffing van inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen dient te worden betrokken, omdat belanghebbende houder is van alle certificaten van de aandelen in die vennootschap.

Voor zover de klachten opkomen tegen de hiervoor in 2.2 bedoelde oordelen van het Hof, slagen zij. Bij arrest van vandaag, ECLI:NL:HR:2020:1949, heeft de Hoge Raad de uitspraak van het Hof van 18 september 2019 in de zaak met nummer BK-18/01097 vernietigd en die zaak verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor een nieuwe behandeling in volle omvang. Daarmee is aan de hiervoor in 2.2 bedoelde oordelen van het Hof de grond komen te ontvallen.

De overige klachten kunnen niet tot cassatie leiden. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

Op grond van hetgeen hiervoor in 2.3 is overwogen, kan de uitspraak van het Hof niet in stand blijven. Verwijzing moet volgen.

3. Proceskosten

De Staatssecretaris zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat de zaak met nummer 19/05003 met deze zaak samenhangt in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht.

Door het verwijzingshof zal worden beoordeeld of aan belanghebbende voor de kosten van het geding voor het Hof, van het geding voor de Rechtbank en in verband met de behandeling van het bezwaar een vergoeding moet worden toegekend.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

- verklaart het beroep in cassatie gegrond,

- vernietigt de uitspraak van het Hof,

- verwijst het geding naar het Gerechtshof Amsterdam ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dit arrest,

- draagt de Staatssecretaris van Financiën op aan belanghebbende te vergoeden het griffierecht dat belanghebbende voor de behandeling van het beroep in cassatie heeft betaald van € 128, en

- veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van belanghebbende voor het geding in cassatie, vastgesteld op de helft van € 1.050, derhalve € 525, voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer P.M.F. van Loon als voorzitter, en de raadsheren L.F. van Kalmthout en E.F. Faase, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 18 december 2020.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl V-N Vandaag 2020/3167 V-N 2020/65.27.7 BNB 2021/61 met annotatie van E.J.W. Heithuis NLF 2021/0002 met annotatie van Corné Brouwers NTFR 2021/38 met annotatie van Drs. N.M. Ligthart FutD 2020-3765 Viditax (FutD) 2020121829
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?