ECLI:NL:HR:2020:2016

ECLI:NL:HR:2020:2016, Hoge Raad, 11-12-2020, 20/01853

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 11-12-2020
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 20/01853
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2020:838
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 8 zaken
Aangehaald door 17 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0005700 BWBR0040635

Samenvatting

Wvggz. Verlenen van zorgmachtiging. Hoorplicht, art. 6:1 lid 1 Wvggz. Kon rechter aannemen dat betrokkene niet in staat of niet bereid was zich te doen horen?

Uitspraak

2. Uitgangspunten en feiten

De officier van justitie heeft de rechtbank op 6 maart 2020 verzocht een zorgmachtiging ten aanzien van betrokkene te verlenen voor de duur van zes maanden.

Betrokkene is bij aangetekende brief van 11 maart 2020 opgeroepen om voor de mondelinge behandeling van het verzoek te verschijnen in een gezondheidscentrum. De brief is verzonden naar het laatst bekende verblijfadres van betrokkene te Weert, maar is niet bezorgd en ook niet afgehaald op het postagentschap.

Op 18 maart 2020 heeft de rechter het verzoek vanuit de rechtbank mondeling behandeld via een FaceTime-verbinding. De rechter heeft daarbij de advocaat van betrokkene en een behandelend arts (psychiater in opleiding) gehoord, die zich toen bevonden in het hiervoor in 2.2 bedoelde gezondheidscentrum. Betrokkene zelf is niet verschenen.

Bij de mondelinge behandeling heeft de behandelend arts verklaard dat betrokkene ambulant werd behandeld, maar dat hij geen contact met haar kon krijgen. De advocaat van betrokkene heeft verklaard dat haar laatste contact met betrokkene dateerde van drie weken daarvoor. De advocaat heeft verzocht om de mondelinge behandeling aan te houden, om betrokkene alsnog te kunnen horen. Een voorstel van de advocaat ter zitting om naar het laatst bekende verblijfadres van betrokkene toe te gaan om te kijken of betrokkene daar kon worden aangetroffen, is niet gevolgd in verband met het risico van besmetting met het coronavirus.

Aan het slot van het proces-verbaal is vermeld:

“De rechter verklaart de behandeling gesloten en stelt vast dat betrokkene zich niet doet horen en zich onvindbaar maakt. De aangetekende brief die naar het verblijfadres is gezonden is niet afgehaald en op het GBA-adres verblijft betrokkene niet.”

Bij mondelinge beschikking van 18 maart 2020, schriftelijk uitgewerkt op 20 maart 2020, heeft de rechtbank ten aanzien van betrokkene een zorgmachtiging verleend voor het tijdvak tot en met 18 juni 2020.

De rechtbank heeft in rov. 2.1 overwogen:

“De rechtbank is van oordeel dat tot een beoordeling in deze zaak kan worden overgegaan ook nu betrokkene niet is verschenen. De rechtbank stelt vast dat betrokkene niet meer op het adres verblijft waar zij staat ingeschreven. Betrokkene is aangetekend opgeroepen op het adres dat bekend is als het adres waar zij verblijft. Naar het oordeel van de rechtbank heeft betrokkene dus op de hoogte kunnen zijn van de zitting.”

3. Beoordeling van het middel

De onderdelen 1.1 en 1.3 van het middel klagen dat het hiervoor onder 2.7 weergegeven oordeel in strijd is met de hoorplicht als bedoeld in art. 6:1 lid 1 Wvggz in verbinding met art. 5 EVRM, nu niet vast staat dat betrokkene op de hoogte was van het verzoek.

Art. 6:1 lid 1 Wvggz bepaalt dat de rechter de betrokkene hoort na ontvangst van het verzoekschrift voor een zorgmachtiging, tenzij de rechter vaststelt dat de betrokkene niet in staat is of niet bereid is zich te doen horen. In het kader van de op dit punt vergelijkbare bepaling van art. 8 Bopz (oud) was het vaste rechtspraak dat het gaat om meer dan hetgeen reeds voortvloeit uit het fundamentele beginsel van een behoorlijke rechtspleging dat iedere partij de gelegenheid moet krijgen om haar standpunt naar voren te brengen voordat de rechter een beslissing neemt. Ook dient immers zoveel mogelijk gewaarborgd te zijn dat aan iemand niet zijn vrijheid kan worden ontnomen zonder dat hij, zo hij dit wenst, zelf door de rechter wordt gehoord. Het is tegen deze achtergrond dat de onderzoeksplicht van de rechter naar de bereidheid van de betrokkene om zich te doen horen en de motivering van zijn vaststelling dat die bereidheid niet aanwezig was, moeten worden beoordeeld. Deze vaste rechtspraak heeft voor de toepassing van art. 6:1 Wvggz zijn betekenis behouden.

In het hiervoor in 2.7 aangehaalde oordeel ligt besloten dat de rechtbank heeft gemeend dat zij niet nader behoefde te onderzoeken of betrokkene in staat of bereid was zich te doen horen, nu betrokkene bij aangetekende brief is opgeroepen op het adres dat bekend is als het adres waar zij verblijft. Dat oordeel geeft, gelet op de hiervoor in 3.2 vermelde rechtspraak, blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Nu de rechtbank niet heeft vastgesteld dat betrokkene daadwerkelijk op de hoogte was van het tijdstip en de plaats van de mondelinge behandeling, en vaststaat dat de aangetekende oproeping op het laatst bekende verblijfadres van betrokkene niet is afgehaald, had de rechtbank de behandeling van het verzoek moeten aanhouden teneinde te onderzoeken of betrokkene op andere wijze zou kunnen worden opgeroepen voor de behandeling van het verzoek. Voor dit nadere onderzoek bestond te meer aanleiding omdat de advocaat van betrokkene op de zitting heeft verklaard dat de laatste keer dat zij contact had met betrokkene dateert van drie weken daarvoor, dat wil zeggen, van voor de indiening van het verzoek (zie hiervoor in 2.4). De onderdelen slagen dus.

De overige klachten van het middel behoeven gezien het vorenstaande geen behandeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de beschikking van de rechtbank Limburg van 18 maart 2020;

- wijst het geding terug naar die rechtbank ter verdere behandeling en beslissing.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, F.J.P. Lock en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 11 december 2020.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl NJB 2021/15 RvdW 2021/37 GZR-Updates.nl 2020-0359 JGz 2021/7 met annotatie van Redactie RFR 2021/41 NJ 2021/96 met annotatie van J. Legemaate
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?